Stolpersteine in Lochem

Goed en kwaad in de Tweede Wereldoorlog

Sinds 2020 wordt op steeds meer stoepen in Lochem zichtbaar gemaakt waar Joodse inwoners hebben gewoond die tijdens de tweede wereldoorlog zijn weggevoerd en vermoord. Daarmee krijgt het grootste kwaad van die oorlog ook in Lochem namen en rugnummers.

Dat het bijna uitsluitend om inwoners van de stad Lochem gaat komt doordat alleen daar een joodse gemeenschap bestond. Maar het heeft wel een bijsmaak als men weet dat juist in die stad een relatief groot percentage inwoners in 1937 op de NSB had gestemd. En dat Heintje Davids in de Lochemse schouwburg te horen kreeg: "Wat doet die jodin hier op het toneel?"

Terugkeer

Van de weggevoerde Joden is vrijwel niemand teruggekomen. En degenen die na de oorlog wel terugkwamen vonden vaak hun huis en huisraad in andere handen. Overgenomen door 'handige' stadgenoten; met medewerking van de autoriteiten.

Bezetting

Daarmee vergeleken was de Duitse bezetting voor andere inwoners nog dragelijk. Op vrijdag 10 mei 1940 voerden de Duitsers een ‘rustige’ verovering van de Achterhoek uit, zonder noemenswaardige confrontaties, want pas aan de andere kant van de IJssel lag de Nederlandse verdedigingslinie.

Onderdrukking

De bezetting door de Duitsers betekende intussen wel degelijk onderdrukking. Door henzelf en door Nederlandse NSB'ers, die tijdens de oorlog lieten zien dat zij de baas waren. Steeds meer werd de bewegingsvrijheid ingeperkt. En nadat alle mannen van zeventien tot en met veertig jaar werden verplicht om voor de Duitsers te gaan werken kozen velen ervoor om onder te duiken.

Op de boerderij

In het buitengebied van Laren en Harfsen bleken bijzonder veel schuilplaatsen te zijn. Niet alleen voor mannen die de Arbeitseinsatz wilden ontlopen, maar ook voor verzetsstrijders en Joodse onderduikers uit het westen. Waar de stad Lochem zich van een kwade kant had laten zien waren de Larense en Gorsselse boeren opvallend 'goed'. In die beide toenmalige gemeenten was het percentage stemmers op de NSB in 1937 ook aanmerkelijk lager geweest.

Verzet

Onderdrukking en schaarste leidden tot verzet, door het ontduiken van regels, het vervalsen van documenten, het verbergen van onderduikers, en het gewapend optreden tegen de bezetter. In Lochem wist iemand met creatief boekhouden bonkaarten te krijgen voor 72 onderduikers. Een verzetsgroep in Laren was specialist in de opvang van geallieerde piloten en wist meer dan zestig piloten te redden. Sabotage werd gepleegd door het in brand steken van tien spoorwagens met stro en hooi bij het station Laren/Almen, het opblazen van de sporen Zutphen-Deventer en Zutphen-Hengelo, het doorzagen van telefoonkabels, en het plaatsen van brandbommen op diverse wegen.

Verraad

Op boerderij 'Het Zonnenberg' in Harfsen hield Gerrit Slagman soms wel veertig mensen verborgen. In september 1944 zat er de hele knokploeg uit Deventer, in verband met een verwachte wapendropping uit Engeland. Door verraad hadden de Duitsers daar lucht van gekregen en in de nacht van 13 op 14 oktober 1944 werd iedereen met groot geweld opgepakt en de boerderij in brand gestoken. En passant ontdekten de Duitsers in de buurt ook nog een ondergrondse schuilplaats en gooiden daar een handgranaat naar binnen. Daarbij kwamen twee verzetsstrijders die zich in dat 'Hol' verscholen, om het leven.

 

Rechten

Wout Klein 2021, CC-BY-NC-SA