Arnhemse kloosters

Centra van ontwikkeling

In 1404 werd even buiten de stad bij het voormalige landgoed van de burgemeesters Van Presickhave een vrouwenklooster gesticht met de naam Bethanië. Het klooster, dat in 1426 werd ingewijd, had een speciale schrijfkamer, waarin nonnen gebedenboeken overschreven. De met goud uitgevoerde blauwe beginletters van ieder hoofdstuk vormen een prachtig geheel met de ranke versieringen in de kantlijn. Van het getoonde getijdenboek kennen we zelfs de naam van de uitzonderlijk begaafde maakster uit 1469: Margariet Block.

Kartuizers en Augustijnen

Het grondgebied van Arnhem was in de negende eeuw vooral in bezit bij de kloosters van Elten en Prüm. Op eigen kloostergebouwen moest de stad nog 500 jaar wachten. In de veertiende eeuw werden buiten de stad twee kloosters gebouwd. In de 1342 stichtten monniken van de Kartuizerorde ten oosten van de stad het klooster Monnikenhuizen. Westelijk van de stad verscheen het Augustijnenklooster Mariëndaal. Dit klooster volgde al snel de regels van de Moderne Devotie. Dat deden ook de nonnen, ‘de zusters des gemeenen levens’, van het klooster Bethanië. De Moderne Devotie had een stevige basis in Arnhem, want ook een derde klooster liet zich inspireren door de ideeën van Geert Grote en Thomas a Kempis. Dit Agnietenklooster werd in 1404 binnen de stadsmuren aan de beek gesticht.

 

Ophef over geld

De vestiging van nieuwe kloosters ging met het nodige rumoer gepaard. Door de ondersteuning van een kloosterorde probeerden de graven van Gelre hun invloed in de stad te vergroten. Bovendien verloor het Benedictijnenklooster van Prüm met haar parochiekerk, de Eusebiuskerk, het godsdienstige alleenrecht. Het Prümerklooster vreesde verlies van inkomsten. Daarom werd bij de stichting van het Agnietenklooster de verdeling van offer- en collectegelden geregeld. De welvaart van de kerk werd vooral ter discussie gesteld door de volgelingen van Franciscus van Assisi. Zij zagen het leven in armoede als de ware navolging van Jezus. Deze minderbroeders mochten pas na veel getouwtrek in 1488 het Broerenklooster stichten.

De begraafplaatsen van de in de groene heuvels gelegen kloosters Mariëndaal en Monnikenhuizen werden de laatste rustplaats van veel graven en gravinnen van Gelre. Op een negentiende-eeuwse tekening van de begrafenis van hertog Willem I in 1402 op Monnikenhuizen is de ligging van het klooster en de verhouding tussen monniken en boerenvolk fantasierijk en toch scherp weergegeven.

 

Sloop

De schrijfkamers van de kloosters groeiden uit tot de eerste scholen van de stad. Zo zetelde de voorloper van het Stedelijk Gymnasium als Latijnse School in de eetzaal van het Broerenklooster. Toen Arnhem rond 1580 overging op het gereformeerde geloof werden de kloostergebouwen van Monnikenhuizen, Mariënborn en Bethanië gesloopt. Alleen enkele grafzerken, de ‘stenen tafels’, zijn overgebleven. Het Agnietenklooster bood vanaf 1636 onderdak aan het St. Catharina Gasthuis. Het complex werd in de negentiende eeuw gesloopt. Al aan het begin van die eeuw was het Broerencomplex geslecht. Weinigen wisten toen dat aan het eind van diezelfde eeuw het katholieke kloosterleven in een nieuwe vorm weer tot bloei zou komen.

Van de oude middeleeuwse kloosters binnen en buiten de stad is alleen de vroegere kapel van het Agnietenklooster aan de Beekstraat bewaard gebleven. Het is sinds 1751 in gebruik als Waalse Kerk. In de zuidgevel is op de eerste verdieping nog de deur en de trap te zien die de galerijgang van de kapel verbond met het eigenlijke kloostergebouw.

 

Rechten

Jan de Vries, CC-BY-NC