Vrouwenkiesrecht

In Nederland

Hoe ontstond het vrouwenkiesrecht in Nederland?

Tijdens de grondwetswijziging van 1917 hadden vrouwen het recht al om zich verkiesbaar stellen. En op 10 juli 1919 kwam daar een hele grote stap bij doordat de eerste kamer het initiatiefvoorstel Marchant over het vrouwenkiesrecht aan. Daardoor kregen vrouwen het recht om te stemmen in de tweede kamer, provinciale staten en gemeenteraden. Het initiatiefvoorstel Marchant komt van de VDB fractie waar de leider Henri Marchant was. Hij kwam met het wetsvoorstel want het kabinet van Ruijs van Beerenbrouck wees het vrouwenkiesrecht af. Na een revolutie in Duitsland in november 1918, liepen de spanningen ook in Nederland hoog op. Waardoor Ruijs verklaarde zich niet meer te verzetten tegen het initiatiefvoorstel Marchant. In het kamerdebat over het initiatiefwetsvoorstel kwam er alleen protest uit protestant christelijke hoek. Er werd gezegd dat stemrecht wel iets meer in hield dan alleen naar de stembus gaan en stemmen. Vrouwen zouden dan namelijk ook lid willen worden van politieke partijen. De tijd die dan werd gebruikt in de politieke partijen zou dan ten koste gaan van het gezin. Het initiatiefvoorstel Marchant werd uiteindelijk toch op 9 mei 1919 door de tweede kamer aangenomen. Met als uitslag 64 voor en 10 stemmen tegen. Dit kwam mede ook door Aletta Jacobs zij was de bekendste en de belangrijkste vertegenwoordigers van de eerste feministische golf. Het vrouwenkiesrecht duurde wat langer als het mannen kiesrecht maar is zeker belangrijk of misschien wel belangrijker voor de geschiedenis van de parlementaire democratie. Doordat vrouwen nu nog steeds niet helemaal gelijk zijn aan mannen was dit een hele belangrijke stap.