Gele Rijder wordt Luchtmobiel

Kazernestad en wereldwijde operaties

Vier jaar na de val van de Berlijnse Muur in 1989 werd in Arnhem de 11 Luchtmobiele Brigade gevestigd. Vanaf 2003 trekken de in de Oranjekazerne gelegerde militairen met de rode baret over de hele wereld uit voor vredes- en opbouwwerk.

Arnhem heeft een lange en rijke traditie als garnizoensplaats. Verschillende kazernes, een militaire broodbakkerij in Klarendal, de aanwezigheid van zowel soldaten als marechaussee en het militair opvangtehuis Bronbeek maakten van Arnhem een echte legerplaats. Zo was vanaf 1893 de (in de oorlog verwoeste) Willemskazerne de thuisbasis voor Het Korps Rijdende Artillerie. De hoog op het paard gezeten Gele Rijders waren in hun kleurige uniformen in Arnhem graag gezien, geïllustreerd in het gezegde: geen betere vrijer dan een Gele Rij-jer.

 

Rijdende Artillerie

Voor het Korps Rijdende Artillerie kondigde zich al voor 1940 een ingrijpende verandering aan toen de paarden werden ingewisseld voor motoren. Na 1945 werd de Willemskazerne niet meer opgebouwd en de modernisering van het leger resulteerde in opheffing van het korps. De Arnhemmers, die zich zeer verbonden voelden met de Gele Rijders, wilden echter de herinneringen in stand houden. De reünies in café Royal, het optreden bij de NATO Taptoe en vooral het defileren van tweehonderd oud-rijders in 1961 op het net geopende Gele Rijders Plein werden enthousiast ontvangen. Een comité onder leiding van P. Hoefsloot, gesteund door Prins Bernard, zamelde geld in voor ceremoniële tenues en pleitte weer voor een plek van het korps in de krijgsmacht.

In 1963 gebeurde het onmogelijke, de in Schaarsbergen gelegerde elfde afdeling veldartillerie werd omgedoopt tot Rijdende Artillerie. De Arnhemse blijdschap over de heroprichting van hun Gele Rijders werd vereeuwigd met het standbeeld de Gele Rijder op het Gele Rijdersplein van Gijs Jacobs van den Hof.

 

Saksen Weimar kazerne

In 1991 verhuisden de Gele Rijders naar de Saksen Weimar kazerne. Hun verbondenheid met Arnhem toonden zij in 1994 bij vijftig jaar Slag om Arnhem door het schenken van een in 1943 gefabriceerd Canadees geschut ten behoeve van het Jacob Groenewoudplantsoen. Ondanks 17.000 handtekeningen en een vurig pleidooi van burgemeester Paul Scholten vertrokken de Gele Rijders in 1999 uit hun stad naar ’t Harde. De Arnhemmers moesten het doen met de belofte dat het korps bij bepaalde openbare plechtigheden aanwezig zou zijn.

De Saksen Weimar kazerne werd het onderkomen van de Grenadiers, een garderegiment, vaak in beeld als erewacht, bijvoorbeeld bij Prinsjesdag. In 1992 kregen zij er de luchtmobiele taak bij en voegden zich bij het garderegiment Jagers in de Oranjekazerne. De Saks deed daarna tijdelijk dienst als museum van de Gele Rijders, als asielzoekerscentrum en als kunstenaarsdorp. Nu is het een op het kazernecomplex een mix ontstaan van wonen, cultuur en innovatieve bedrijfjes ontstaan. De Oranjekazerne op Schaarsbergen is in de jaren negentig volledig vernieuwd om de 11 Luchtmobiele Brigade optimaal te kunnen laten functioneren.

 

Diogenes – Deelen

Vanaf 1914 werden de landsgrenzen ook vanuit de lucht bewaakt. Vliegveld Soesterberg was het centrum, aangevuld met hulpvliegvelden zoals Deelen. Op de Kemperbergerheide, vlakbij de schietbaan op de Arnhemse heide, ontwikkelde de vliegstrip zich gestaag, echter tegen de zin in van de gemeente Arnhem. De Duitse bezetter bouwde Fliegerhorst Deelen, inclusief bunker Diogenes en geïntegreerde camouflage, uit tot het centrum van hun West–Europese luchtverdediging. Na 1945 werd Deelen de thuisbasis voor lichte vliegtuigen, maar de verkenningsvluchten rond 1960 van straaljagers die later uitweken naar Twente, leidden tot protesten. Uiteindelijk betekende het einde van de Koude Oorlog ook een herbestemming tot Militair Luchtvaart Terrein, waar de Luchtmobiele Brigade geregeld oefent. Inmiddels is Deelen met de bijbehorende negen complexen een Rijksmonument.

 

Rechten

Jan de Vries, CC-BY-NC