johan rudolf thorbecke

Hij werd geboren in een half-Duitse familie. Omdat zijn vader lange tijd werkloos was, leefde het gezin in armoede en waren zij aangewezen op steun van in Duitsland levende familieleden. Tot aan zijn dood heeft Thorbeckes vader zijn zoon gestimuleerd om te studeren, om het oog constant gericht te houden op een carrière. Hij moest bereiken wat zijn vader zelf niet had bereikt en - praktischer - geld verdienen om de familie te onderhouden.

Thorbecke studeerde eerst in Amsterdam aan het Athenaeum Illustre, waar hij werd bekroond voor het beantwoorden van een prijsvraag. Hij studeerde af in de letteren aan de Universiteit Leiden en promoveerde op 23 juni 1820 in de letteren. Buiten zijn studieprogramma om had hij meegedaan aan drie prijsvragen: één over Cicero's levensfilosofie, één over Cicero's opvatting over de redenaarskunst en één over het scepticisme in de oudheid. Alle drie de inzendingen waren in het Latijn, evenals zijn dissertatie over Asinius Pollio, een tijdgenoot van Marcus Tullius Cicero.


Een lithografie van Thorbecke door Adrien Canelle
Na zijn promotie vertrok hij als privaatdocent naar Duitsland, een periode die zeer belangrijk zou worden voor zijn geestelijke vorming. Hij kwam in Gießen en aan de Universiteit van Göttingen in aanraking met het Duitse filosofische idealisme, met de heersende opvattingen over geschiedfilosofie. Geldzorgen dreven hem terug naar de Nederlanden, alwaar hij in 1825 benoemd werd tot buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent. De leeropdrachten waren Europese geschiedenis, internationale betrekkingen en statistiek. Ook verzorgde Thorbecke een college staathuishoudkunde.

Tijdens zijn verblijf in Gent bestudeerde hij economische ontwikkelingen, met name de gevolgen van de toenemende industrialisatie. Hiertoe las hij onder andere het werk van de Zwitser Sismondi. Thorbecke publiceerde over het onderwerp een "Verhandeling over den invloed der machines op het samenstel der maatschappelijke en burgerlijke betrekkingen" in 1830. Van groot belang was zijn publicatie "Over 't bestuur van 't onderwijs in verband met een aanstaande wetgeving".


Garenmarkt 9 in Leiden, waar Thorbecke in de jaren voor 1848 aan de nieuwe Grondwet schreef
Als gevolg van de Belgische opstand in 1830 moest hij de stad verlaten. Een jaar later werd Thorbecke benoemd tot hoogleraar diplomatie en moderne geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Hier zou hij onder andere college geven over de Grondwet, waaruit de publicatie "Aanteekening op de Grondwet" (1839) voortkwam, zijn eerste openbare bijdrage aan het debat omtrent de herziening der grondwet en waarvan binnen enkele maanden bijna 1.000 exemplaren verkocht werden. Een jaar later volgde de "Proeve van herziening der grondwet volgens de Aantekening". Op 15 juli 1836 trouwde hij met de negentien jaar jongere Adelheid Solger, dochter van de Duitse hoogleraar C.W.F. Solger. Voordat Thorbecke minister werd, bekleedde hij de volgende andere politieke functies: