Rechtspraak

Recht en rechtspraak zijn belangrijk in een stad. Rechtspraak betekent namelijk dat er recht wordt gesproken. Dat betekent dat onrecht wordt aangepakt. Althans, als de rechters inderdaad proberen eerlijk recht te spreken en niet gehinderd worden door bijvoorbeeld eigenbelang. Tot het einde van de achttiende eeuw waren recht en rechtspraak heel anders georganiseerd dan nu. Iedere stad had zo zijn eigen regels. Die stonden voor een deel in de stadsrechten. Daarom begon de rechtspraak in Harderwijk in 1231, toen er stadsrechten werden verleend door de graaf van Gelre. De Harderwijker stadsrechten waren afgeleid van die van Zutphen en daarom diende het stadsbestuur recht te spreken volgens het Zutphense recht. In tegenstelling tot tegenwoordig vormde toen het stadsbestuur de rechtbank, ook wel de schepenenbank genoemd. De schout was voorzitter. Dat bleef zo tot 1811.

Dat iedere stad eigen rechten had betekende niet dat de straffen per stad heel erg van elkaar verschilden. Dat kwam onder meer omdat men hoger beroep kon aantekenen bij de stadhouder als vertegenwoordiger van de landsheer. Stedelijke rechtbanken hielden daarom wel degelijk in de gaten welke straffen in andere steden werden uitgesproken.

In de Bataafs-Franse tijd (1795-1813) veranderde de rechtspraak ingrijpend. De Franse keizer Napoleon I (1804-1814) voerde in de landen die onder zijn bestuur stonden wetboeken in die voor iedereen golden. Dat gebeurde ook in Nederland. Op den duur werd daarom overal in Nederland volgens dezelfde wetten recht gesproken. Dat was een grote verbetering, omdat nu in Harderwijk de regels niet anders waren dan in bijvoorbeeld Arnhem.

De Franse invloed is terug te vinden in de naam kantongerecht. Het Franse woord canton betekent hoek of kant. Met een kanton wordt een bepaald gebied bedoeld. De kantonrechter behandelt zaken die in zijn kanton spelen.

Harderwijk kreeg ook een kantongerecht. De positie van die rechtbank is nogal eens in het geding geweest. In 1827 schreef het stadsbestuur een brief aan de koning en de Staten-Generaal om het kantongerecht voor de stad te behouden. Een kantongerecht betekende immers aanzien en werkgelegenheid. In 1932, tijdens een grote bezuinigingsoperatie in de crisisjaren, protesteerde het gemeentebestuur opnieuw met succes tegen de sluiting van het Harderwijker kantongerecht.

In 1921 werd een heel bijzondere locatie voor het kantongerecht in gebruikgenomen. Omdat de rechtbank de huur te hoog vond, werd het kantongerecht verplaatst naar het huis van griffier mr. Carp aan de Vijhestraat. Ruim zestig jaar later, in 1983, trok de rechtbank in een voormalig herenhuis aan de Bruggestraat dat nog steeds als 'Kantongerecht' bekendstaat.

Op 1 januari 2000 werd de griffie (het secretariaat) verplaatst naar Apeldoorn, omdat de kantons anders werden ingedeeld. Dat betekende dat Harderwijk geen zelfstandig kantongerecht meer had. In 2004 sloot het kantongerecht in Harderwijk definitief zijn deuren. Wel houdt de kantonrechter nog regelmatig zitting in het stadhuis, zoals dat ook in andere plaatsen van dit kanton gebeurt.

Het monumentale pand aan de Bruggestraat werd verbouwd tot appartementencomplex. De voormalige rechtszaal met het prachtige Zwitserse panoramabehang bleef gelukkig intact en is nog steeds te bezichtigen. Het behang beeldt het traditionele landleven in Zwitserland uit en heet daarom La Grande Helvétie.