Op vakantie in Berg en Dal

Een koets getrokken door twee paarden ratelt naar Hotel 'Groot Berg en Dal'. Twee deftige dames stappen uit. Even later genieten ze van het uitzicht op de Ooijpolder. De dames logeren voor een weekje in het sjieke hotel. Het zijn toeristen. Vakantie vieren is in die tijd alleen weggelegd voor de rijkere mensen.

Toerisme komt op gang

Sinds de bouw van dit hotel in 1868 komt in Berg en Dal het toerisme op gang. Het is een mooi gehucht met heuvels en dalen. Genoemd naar een herberg met de Duitse naam 'Berg und Thal'. In de buurt van het grote hotel komen winkels en pensions. Rijke families bouwen er een landhuis of villa. Steeds meer toeristen weten de weg naar Berg en Dal te vinden.

Bloeiperiode

Een bloeitijd breekt aan na de opening van het bergspoor in 1913. De tram vertrekt vanuit Nijmegen en gaat via Beek naar Berg en Dal. Het laatste deel van de tramlijn is een 85 meter lange bergbrug. Ruim twintig meter ligt die boven de grond. Uniek in Nederland. Na de opheffing van de tramlijn raakt de brug in verval. In 1969 wordt de brug afgebroken. Ook het hotel bestaat niet meer. Op die plek staat nu een groot appartementencomplex. Maar nog altijd komen er veel toeristen. Vooral dagjesmensen. Naar Tivoli naar de Duivelsberg of naar het Afrikamuseum.

 

Bronnen en verder lezen:

  • G.G. Driessen, Groesbeek het Dorp der Verrassingen, 1900 –2000. Een eeuw dorpsgeschiedenis (Groesbeek 1999), p. 28 – 30, p. 82 - 83.
  • G.G. Driessen, Mannen in Uniform en te Wapen in Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1770 tot 1940 (Groesbeek 2001), p. 124.
  • G. Fleuren en T. Strijbosch, Berg en Dal, Mooi Nederland. De geschiedenis van een heuveldorp (1997), p. 17 en 28.

 

Rechten

Vereniging Heemkundekring Groesbeek, CC-BY-NC