Groesbeek een kopje kleiner

De grote buur van Groesbeek is Nijmegen. Vanuit ‘de stad’ kijkt men neer op de gewone Groesbekers. Die op hun beurt, hebben het niet zo op de stadse mensen. 'Gruusbèk bo.ve, Nimwè.ge ien d’n o.ve', zingen ze als ze een borreltje op hebben.

De relatie met Nijmegen verslechtert rond 1900. Nijmegen laat het oog vallen op grond van de gemeente Groesbeek. De stad groeit hard sinds de stadsmuren in 1880 zijn afgebroken.

Gemeentegrens

Er is behoefte aan bouwgrond. De gemeentegrens tussen Nijmegen en Groesbeek ligt bij het (huidige) café 'Groenewoud'. Nijmegen wil het stuk tot aan de (huidige) Heilige Landstichting erbij hebben. Het gemeentebestuur van Groesbeek protesteert fel tegen het verlies van 158 hectare grond en ruim tweehonderd inwoners. Het scheelt de toch al krappe gemeentekas inkomsten. Maar Groesbeek heeft geen schijn van kans. De regering keurt de wens van Nijmegen goed. De gemeentegrenzen worden gewijzigd.

Binding

Veel tijd om boos te blijven krijgt Groesbeek niet. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zijn er andere zorgen. Het werken in Duitsland is onmogelijk geworden. Ook de grens kun je bijna niet over. Alleen de smokkelhandel bloeit. Vanzelf wordt de binding met Nijmegen sterker. Groesbekers gaan er naar school en vinden er werk. De grote verschillen tussen stad en dorp worden steeds kleiner.

 

Bronnen en verder lezen:

  • De Gelderlander, Ingezonden Stukken, 6 september 1913.
  • T. Bosch, Het dubbele gezicht van het interbellum. Groesbeek 1918 – 1940, in: Jaarboek Numaga, 2003, p. 75-95.
  • G.G. Driessen, Groesbeek het Dorp der Verrassingen, 1900 –2000. Een eeuw dorpsgeschiedenis (Groesbeek 1999), p.75-76.
  • T. Bosch en S. Schmiermann, 'In het welbegrepen belang der gemeente'. Lokaal bestuur in Groesbeek ca. 1750-heden (Nijmegen 2014), p.43-58.

 

Rechten

Vereniging Heemkunde Groesbeek, CC-BY-NC