Doetinchem in de Tweede Wereldoorlog

Het begon met het opblazen van de Oude IJsselbrug

De oorlog in Doetinchem begon 10 mei 1940 met het opblazen van de Oude IJsselbrug heel vroeg in de ochtend. Hierbij kwam kapitein Van Voltelen om het leven. Vermoedelijk was kapitein Van Voltelen de eerste Nederlandse officier die tijdens de oorlogshandelingen om het leven kwam. Het opblazen van de brug bleek onnodig, want de Duitse troepen kwamen via de Terborgseweg en Hamburgerstraat de stad binnen. Gevochten is hier in de meidagen van '40 niet. De aanwezige Nederlandse militairen hadden opdracht gekregen om zich achter de IJssellinie te begeven.

Het eerste oorlogsjaar verliep redelijk rustig; wel moest er als het donker werd verduisterd worden. Ook het verenigingsleven leed onder de bezetting, de padvinderij werd verboden. De sportverenigingen konden voorlopig nog wel blijven bestaan, zij waren pas na september '44 niet meer actief.

Joden

In 1941 begon de hetze tegen de joden. Zij waren verplicht zich te melden en kregen een 'Ausweis' met een J erop. Ze werden ontslagen, mochten niet meer uitgaan. Zelfs met openbaar vervoer reizen of fietsen werd hun verboden. Bedrijven van joodse eigenaren werden in beslag genomen. Nog later werden ze bij razzia's opgepakt en naar vernietigingskampen vervoerd. Van de circa 176 Doetinchemse joden hebben er circa 36 de oorlog overleefd. Ter nagedachtenis aan deze joden is er een monument opgericht tussen de Gasthuissteeg en de Boliestraat.

Inbeslagname

Doetinchemse bedrijven waren verplicht om te produceren voor de Duitsers, wat men niet altijd van harte deed. In latere jaren werd erbij diverse bedrijven van alles in beslag genomen, de G.T.M. raakte haar bussen kwijt; zelfs de gehele werkplaats met al het gereedschap werd meegenomen.

Overval

In 1942 moesten alle mannen tussen de 18 en 45 jaar zich melden voor de 'Arbeitseinsatz' om onder dwang in Duitsland te gaan werken. Velen doken onder. Doordat de Duitsers steeds zwaardere maatregelingen gingen nemen, groeide ook het verzet. Om onderduikers aan eten te helpen waren er meer distributiebonnen nodig dan er vervalst konden worden. Daarom werd op 9 augustus 1944 door het verzet een overval gepleegd op het distributiekantoor aan de Terborgseweg (ter hoogte waar nu het gemeentehuis staat). Deze overval was een groot succes. Ook werden door het verzet onderduikers geholpen door ze onder te brengen op boerderijen en andere plekken waar ze moeilijk voor de Duitsers te vinden zouden zijn. Helaas lukte dit niet altijd en een aantal is bij razzia's toch ontdekt. Bemanningen van neergestorte geallieerde vliegtuigen werden door het verzet naar bevrijd gebied geloodst.

Bevrijding

Na de bombardementen maart '45 werd Doetinchem bevrijd door de Canadezen. Zij trokken zondag 1 april (Eerste Paasdag) op vanuit Ulft richting Terborg en Gaanderen naar Doetinchem. Het lag in de bedoeling om diezelfde dag nog door te trekken in noordelijke richting maar de Duitse weerstand in de stad was te hevig. Op 2 april zijn de laatste Duitse verzetshaarden in de binnenstad opgeruimd en is ook Doetinchem bevrijd.

Naar:
I. Volker. Doetinchem in oorlogstijd