Lochemse Diamant

De aardkorst van Lochem

Tussen het grind op de Lochemse Berg waren ooit doorzichtige stukken kwarts te vinden die door polijsten prachtig gingen glanzen: 'Lochemse diamanten'. Zelfs koning Lodewijk Napoleon was ervan onder de indruk toen hij er een kreeg aangeboden op zijn reis langs Lochem.

IJstijden

De laatste twee ijstijden bepaalden Lochems ondergrond. De voorlaatste ijstijd (het Saalien, zo'n 150.000 jaar geleden) bracht gletsjers vanuit het noorden helemaal tot hier. De laatste (het Weichselien, 100.000 – 10.000 jaar geleden) bracht vooral ijzige winden over kaal land.

Delta

Voorafgaand aan deze laatste ijstijden (< 150.000 vC) was ons land een delta van rivieren, die hier zand, klei en grind deponeerden. Oostelijke rivieren brachten wit kwartsrijk zand, zuidelijke rivieren grover en bruiner zand. De belangrijkste bedding van de Rijn liep via onze streek naar het noorden.

Stuwwal

In de voorlaatste ijstijd (ca 150.000 vC) schoof een enorme gletsjertong door het Rijndal zuidwaarts en sleet in de ondergrond een breed en diep gletsjerdal uit. Het ijs duwde bevroren zand-, grind- en kleilagen naar voren en opzij tot stuwwallen. De Lochemse Berg is een restant van zo’n stuwwal en de 'diamanten' – gerolde kwartskristallen – kwamen tijdens dat proces naar boven. De lagen wit en bruin zand werden door de schuivende gletsjer schots en scheef opgedrukt.

Gletsjerdal

In de warmere tussen-ijstijd (het Eemien, 150.000 -100.000 vC) smolt het ijs en stroomde de Rijn als vanouds naar het noorden. Vertakkingen waaierden (weer) over ons hele gebied uit en vulden, samen met andere rivieren, de dalen met zand en klei en sleten de stuwwallen af tot hun huidige hoogte.

Dekzand 100.000 - 10.000 vC

In de laatste ijstijd (100.000 - 10.000 vC) bereikte de ijskap onze streek niet, maar de stormen van een poolklimaat deden de verdroogde bovengrond verstuiven. Dit ‘dekzand’ werd plaatselijk opgestoven tot lage, reliëfbepalende zandruggen. Maar ook het oorspronkelijke gletsjerdal werd gevuld met stuifzand, in het bijzonder ter hoogte van waar nu Gorssel te vinden is. De Rijn verlegde daarom zijn loop naar het westen.

Berkeldal

De Berkel was zo’n 15.000 jaar geleden een rivier met een veel hoger debiet dan nu. Dat is te zien aan de meanderlengte en de opvallende breedte van het Berkeldal, zuidelijk van Zutphen, ter hoogte van Almen en oostelijk van de Lochemse Berg. Het was op de hoger gelegen zandruggen in zulke rivier- en beekdalen dat de eerste vaste bewoners van dit gebied zich zouden vestigen.

 

Rechten

Wout Klein, CC-BY-NC-SA