Drie bombardementen

Wellicht de grootste klap uit de geschiedenis kreeg de stad Doetinchem aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. De binnenstad van Doetinchem was gedurende vrijwel de gehele bezettingstijd onaangetast gebleven. Totdat op 19, 21 en 23 maart 1945 geallieerde vliegtuigen het historische centrum van de stad bombardeerden.

120 gebouwen in het centrum werden verwoest waarbij uiteindelijk rond de 170 mensen de dood vonden. De Doetinchemse bevolking was er totaal door verrast, want hoewel het front naderbij kwam en er evenals elders ook rondom Doetinchem door de Duitsers versterkingen waren aangelegd, leek niets deze bombardementen te rechtvaardigen. Er is dan ook gezocht naar de redenen voor de bombardementen en er zijn diverse verklaringen gegeven, maar tot op heden heeft geen van deze verklaringen een bevredigend antwoord opgeleverd. Feit is dat na drie bombardementen de stad voor een groot deel in puin lag. Alle belangrijke monumentale panden, waaronder het 18e eeuwse gemeentehuis en de Catharinakerk, waren verwoest. Het hart was uit de stad gerukt.

19 maart 1945

De Nemaho was het doelwit van dit eerste bombardement. Hier was het Duitse reparatiedepot Diederichs Flugzeugbau voor vrachtwagens gevestigd. Daarnaast was er een precisiebombardement (mogelijk op verzoek van het verzet) in de tuin van C. Misset waar een verbindingscentrum gevestigd zou zijn. De bommen misten echter doel en verwoestten een deel van de Waterstraat, met name het huis van de familie Diepenbroek en het pand van de bank van de familie Overling.

21 maart 1945

Opnieuw een bombardement door geallieerde vliegtuigen op Doetinchem. Ditmaal werd het centrum het zwaarst geraakt. De binnenstad stond in brand, waterleidingen waren gesprongen en tot overmaat van de ramp kon de brandweer niet uitrukken omdat ook de kazerne en de gemeentewerken waren getroffen. De historische Catharinakerk vatte vlam. Ook de hoek van de Wilhelminastraat (toen Thorbeckestraat geheten) en Terborgseweg werd door bommen getroffen. Hierbij werden de Groen van Prinsterer kweekschool en een aantal huizen verwoest. De kweekschool was op dat moment als noodhospitaal ingericht.

23 maart 1945

Bij het derde bombardement binnen vier dagen werden de loodsen en werkplaatsen van de Geldersche Tram Wegen geraakt. Ook de Grutstraat had het zwaar te verduren. Delen van slagerij Van Zadelhoff en een groot aantal winkels en woonhuizen werden geheel verwoest. Doetinchem werd op 2 april 1945 bevrijd door een bataljon van de 'The Calgary Highlanders' bijgestaan door soldaten van het regiment Fort Garry Horse. Ter herinnering aan de bevrijding heeft Doetinchem een park gerealiseerd in de wijk De Hoop. Alle stratennamen verwijzen naar Canada. In het park staat bovendien nog een originele Sherman-tank.

Zie hier een reconstructie van het stadshart van voor het bombardement, gemaakt door Studio Sophisti in opdracht van Erfgoed Gelderland.

Literatuur:
Inge Volker, Doetinchem in oorlogstijd.
H.H.T.M Tomesen, Maquette van een verdwenen stad.
Jeugdliteratuur:
Evelien van Dorth, Een Schat aan Kennis.