Veranderend karakter Lingewaard

De Levensbron

Veel lezers van De Gelderlander van donderdag 7 juli 1966 zullen die middag - de krant is nog een avondblad - even met de ogen geknipperd hebben wanneer ze lezen dat 'het kerkbestuur, met name pastoor Eppink, veel kritiek te verduren kreeg', van jong én oud.

Rumoer rond de Hulhuizense Omdracht

Eppink krijgt het verwijt dat het kerkbestuur, waarvan hij de voorzitter is, goedgevonden heeft dat de kapel van Hulhuizen, het centrum van de jaarlijkse omdracht, afgebroken is. Door uitbreiding van de Vahali staat de kapel midden op de scheepswerf. Verplaatsing is onmogelijk omdat er zulke vage afspraken gemaakt zijn dat de eigenaar van de werf daar met succes bezwaar tegen gemaakt heeft.

Ontkerkelijking

Aan het eind van de negentiende eeuw voelden gereformeerden, katholieken en arbeiders zich achtergesteld. Om zich te emanciperen organiseerden zij zich binnen hun eigen groep en zo ontstond een typisch Nederlands verschijnsel: de verzuiling. Toen rond 1960 hun emancipatie voltooid was, boetten de leiders snel aan gezag en invloed in. Dat gold zeker voor de kerken. Alle parochies van Lingewaard hebben in de voorbije vier decennia met een geweldige leegloop te maken gehad, zowel aan priesters als gelovigen. Pastoraal werkers namen taken van de gewijde priesters over en zij zagen de lege plekken in de kerk steeds groter worden. In 2007 gingen de afzonderlijke katholieke geloofsgemeenschappen op in één gemeenschappelijke parochie, de Levensbron.