Het graafschap in Gelderland opgenomen

Een grillig einde van een bijzondere tijd

Een revolutie maakt vaak een einde aan oude bijzondere situaties. Dat ondervindt ook Buren als na de Franse inval in 1795, prins Willem V wordt afgezet. De grafelijke raad blijft nog bestaan en krijgt het toezicht over de nieuwe gemeenten: Buren met Asch en Erichem, Beusichem met Zoelmond en Buurmalsen met Tricht. In de omliggende gemeenten komt zoiets niet voor.

Gelderland wil dat Buren toetreedt tot het Kwartier van Nijmegen dat samen met Zutphen en De Veluwe het gewest Gelderland vormt. Buren is dit, ondanks aanzienlijke schulden, niet van plan. Ook een voorstel om samen met Culemborg een vierde kwartier te vormen, valt slecht bij de Burense bevolking dat zich een soeverein volk beschouwt. Een voorlopige overeenkomst met behoud van zelfstandigheid resulteert in een volksstemming die niets aan twijfel overlaat. Maar het Gelderse bestuur stuurt onder het voorwendsel van relletjes een bezettingslegertje van Franse en Hollandse militairen.

Generaliteit

De Staten-Generaal maken als Nationale Vergadering ernstig bezwaar. In hun ogen behoort het graafschap tot de 'Generaliteit'. Buren valt immers direct onder het gezag van de Staten-Generaal, zoals vastgelegd in 1711. De kwestie duurt voort tot de staatsregeling van 1801 als Buren toch aan Gelderland wordt toegewezen. Aan de bijzondere status van Buren komt definitief een einde in 1811 als de oude grafelijke raad wordt opgeheven. Een verzoek van de Burense ingezetenen in 1814 aan de koning van de nieuwe Nederlandse staat om de oude rechten te herstellen, wordt door hem afgewezen. Die tijd is echt voorbij.

Auteur: Henk Huitsing