Nationaal Park Veluwezoom

Hagenau behouden! – als een jubeltoon is het door de steeds aangroeiende gelederen der natuurvrienden gegaan, en ze hebben niet geaarzeld – ieder naar vermogen – het hunne bij te dragen tot het ongeschonden voortbestaan van het heerlijke boschgoed, dat te lang vergeten of niet genoemd, plots een groote vermaardheid heeft gekregen.

De vermaarde auteur D.J. van der Ven is in 1911 lyrisch over de aankoop van het landgoed Hagenau (een bosgebied ten noorden van Dieren) door de Vereeniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. De verwerving van dit terrein van 350 ha. vormde het begin van wat uit zou groeien tot een van de grootste aaneengesloten natuurgebieden van Nederland. De toen nog jonge Vereniging Natuurmonumenten - opgericht in 1905 na de dreiging van het volstorten van het Naardermeer met het stadsvuil uit Amsterdam - kon opnieuw een gebied veilig stellen dat dreigde verkocht te worden als bouwgrond voor woningen. In Dieren zelf was ook een Hagenau-Commissie opgericht om het verwerven van het gebied door Natuurmonumenten te promoten.

Het eerste nationale park

In de jaren daarna werden nog diverse kleinere natuurgebieden aan het oorspronkelijke bezit uit 1911 toegevoegd, o.a. een deel van Rhederoord (1919), Fagelshei (1918) en de Louisekamp (1920). In 1930 kon met de steun van de toenmalige, maatschappelijk zeer betrokken burgemeester van Rheden, mr. H.P.J. Bloemers, een groot gedeelte van Beekhuizen, Herikhuizen en de Worth-Rhederheide aangekocht worden. Deze uitbreiding met meer dan 1400 ha. zorgde ervoor dat er een groot natuurgebied ontstond van landelijke allure, dat het eerste Nationale Park in Nederland werd. Het idee om zo'n Nationaal Park te vormen was door bestuursleden van Natuurmonumenten opgedaan tijdens bezoeken aan nationale parken in de Verenigde Staten.

Het park kreeg nog een grotere omvang door de aankoop van de Onzalige Bossen (213 ha.) in 1932 en de Imbosch (1420 ha.) in 1938. Ook nadien werd het park nog uitgebreid; de laatste grote aankopen geschiedden in de jaren zeventig met o.a. gedeelten van de landgoederen Heuven en (weer) Rhederoord. Zo is volgens Van der Ven: "een aaneengesloten bos- en heidecomplex ontstaan van meer dan 5000 ha., dat zich van Beekhuizen over het Herikhuizerveld en de Worth-Rhedensche heide uitstrekt tot de bossen van den Hooge Rouwenberg en het oerwoud van Hagenau."

De Posbank

Het natuurgebied aan de noordzijde van de gemeente Rheden was al vroeg voor toeristen en dagjesmensen een geliefd reisdoel. Velen ondernamen de tocht naar de Posbank, de bank die in 1921 op een (toen nog) eenzame heuveltop was geplaatst, ter gelegenheid van het 25-jarig bestuurslidmaatschap van de ANWB van de heer A.G. Pos. Daar kwam dan ook al vóór de oorlog een kleine kiosk met simpele versnaperingen te staan, die in de jaren vijftig uitgebouwd zou worden tot een restaurant met internationale bekendheid.

Het restaurant De Posbank, ook wel Paviljoen De Posbank genoemd, lag uitermate strategisch op het punt waar alle wegen in het Nationaal Park Veluwezoom samenkwamen. Voor veel toeristenbussen was een korte stop bij restaurant De Posbank een dagelijks ritueel. In maart 1996 brandde het nagenoeg volledig in hout opgetrokken gebouw met rieten dak, tot de grond toe af. Het heeft nog heel wat stof doen opwaaien voordat de Vereniging Natuurmonumenten er een nieuw paviljoen in moderne stijl neer kon zetten, ontworpen door Bjarne Mastenbroek.

Toerisme

Die toenemende druk van het toeristische publiek op het natuurterrein bracht de gemeente in het begin van de jaren negentig er toe plannen te ontwikkelen om het gemotoriseerde verkeer uit het Nationale Park te weren. Dat viel helemaal niet in goede aarde, vele particulieren en organisaties van binnen en buiten de gemeente hebben zich heftig tegen dat idee verzet, zodat het van de baan was. Wel zijn sindsdien aan de randen van het Nationaal Park Veluwezoom ruime parkeerplaatsen aangelegd, van waaruit gewandeld of gefietst kan worden.

 

Rechten

Walter de Wit, 2015, CC-BY-NC