Smokkelen

Doodstil liggen twee vrouwen en drie mannen in de greppel. Naast hen een houten kistje vol boter. Iets verderop juten zakken met tabak en levensmiddelen. De stappen van de Duitse grensbewakers komen dichterbij. Gelukkig verdwijnt de maan achter de wolken. De commiezen lopen voorbij zonder de smokkelaars te zien. Zo gauw het veilig lijkt gaan ze met hun smokkelwaar de grens over. Op een afgelegen boerderij in Kranenburg worden even later zaken gedaan.

Smokkelen is in een grensgemeente een normaal verschijnsel. Dat komt door de prijsverschillen tussen twee landen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is er bovendien in Duitsland gebrek aan allerlei producten. Het smokkelen brengt veel geld op. Maar het is gevaarlijk! Regelmatig komen smokkelaars in het gevang. Soms wordt er geschoten en raken smokkelaars gewond.

Eigen geld

Na de oorlog gaat het smokkelen door omdat in Duitsland aan alles gebrek is. Dan gaat het met het geld in Duitsland mis. Gedrukt geld wordt met de dag minder waard. Een postzegel kost twee miljoen Reichsmark! Dat heet ‘inflatie’. De grensgemeente Kranenburg drukt dan eigen geld. Dat geld is waardevast. Op die bankbiljetten staat zelfs de tekst van het smokkellied 'Met de Pöngel op de Neck'. Het smokkelen blijft de moeite waard. Het gevaar nemen de smokkelaars op de koop toe.

 

Bronnen en verder lezen:

  • G.G. Driessen en A. Bosch (red.) Groesbeek. Beeld van een dorp (Nijmegen/Groesbeek 1993), p. 73-74.
  • G.G. Driessen e.a., Kent u ze nog… de Groesbekers (Zaltbommel 1973), p.16.
  • G.G. Driessen en J.D.G. Montenberg, Oud Groesbeek in woord en beeld (Nijmegen/Groesbeek 1980), p. 113-118.
  • G.G. Driessen, Mannen in Uniform en te Wapen in Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1770 tot 1940 (Groesbeek 2001), p. 151-159.

 

Rechten

Vereniging Heemkundekring Groesbeek, CC-BY-NC