Zorg voor ouderen

'Gezellig is het vaak wel als je met z’n drieën in een slaapkamer ligt', zegt Betsy Lamers. Ze woont samen met haar ouders, haar twee zussen en drie broers in een huis aan de Frieselaan. Het huis is niet groot. De ruimte wordt nog krapper als opa en oma komen inwonen.

Oma is slecht ter been. Opa wordt vergeetachtig. Langer zelfstandig blijven wonen gaat niet meer. Opa en oma slapen nu in de slaapkamer van de jongens. De jongste broer moet bij de meiden op de kamer. De oudste twee liggen op zolder. Het huis zit propvol.

Spanningen

In de jaren na de oorlog is dat heel gewoon. Er heerst woningnood, Jonge mensen trouwen in bij de ouders. Of ouderen trekken in bij hun kinderen. Soms is het gezellig. Vaak geeft het spanningen. Door betere voeding en een gezonder leven worden mensen steeds ouder. 

Seniorenwoningen

Na 1960 bouwt men de eerste bejaardenwoningen. Iedereen die 65 jaar is krijgt intussen geld van de staat. Met dit geld kun je beter voor je zelf zorgen. In 1966 opent bejaardentehuis ‘De Meent’ en 'Mariëndaal' neemt de nieuwbouw in 1972 in gebruik. Beide bejaardentehuizen zijn nu nieuwe verzorgingshuizen voor ouderen die veel hulp nodig hebben. Het liefst wonen mensen zo lang mogelijk zelfstandig. Met aanleunwoningen, seniorenwoningen en thuiszorg lukt dat vaak goed.  

 

Rechten

Vereniging Heemkunde Groesbeek, CC-BY-NC