Garnizoensstad Ede

Kazernes

Op grote terreinen in Ede hebben meer dan honderd jaar militairen gewoond en gewerkt. De kazernes lagen aan de rand van Ede, daar waar de hei begint. Hierdoor konden de militairen snel hun oefenterrein bereiken en hadden de Edese burgers zo weinig mogelijk overlast. Eind 2010 kwam er een einde aan de militaire aanwezigheid in Ede.

Dreiging van een sterk leger

Rond 1900 verkeerde het Nederlandse leger in verwaarloosde staat. Omdat Nederland graag neutraal wilde zijn in internationale conflicten, leek dit niet zo'n groot probleem. De regering begon zich echter te realiseren dat door de aanwezigheid van een sterk leger het land minder snel aangevallen zou worden. Daarom werd besloten het leger te verbeteren. In Harskamp werd een nieuwe schietbaan gebouwd en in Apeldoorn en Ede verrezen kazernes. Deze plaatsen waren ver weg van de Randstad, dus had niemand last van de soldaten. Ook was er ruimte en goedkope grond om op te bouwen en legeroefeningen op te houden. Bovendien was Ede door een spoorwegverbinding goed bereikbaar.

Garnizoensstad Ede

In 1904 werden aan de Stationsweg in Ede de eerste kazernes gebouwd: de Maurits- en Johan Willem Frisokazerne. Andere bekende kazernes waren de Simon Stevin- en de Elias Beeckmankazerne aan de Arnhemseweg en de Nieuwe Kazernelaan. Allerlei onderdelen zijn in de loop der jaren in Ede gelegerd geweest: van wielrijders tot veldgeschut, van de 'Sectie Stiekem' (School Militaire Inlichtingendienst) en Verbindingsdienst tot Luchtdoelartillerie.
Bij het uitbreken van de wereldoorlogen in augustus 1914 en augustus 1939 leek Ede het militaire centrum van Nederland. Uit het hele land verzamelden duizenden opgeroepen soldaten zich in Ede om te worden doorgestuurd naar hun posten in de linies. Na de Tweede Wereldoorlog, tussen 1945 en 1949, werden veel rekruten in Ede getraind om te vechten in Nederlands-Indië.

Burgers en soldaten

Meestal was de relatie tussen de militairen en de Edese burgers goed. De soldaten hielpen op Koninginnedag en in de Heideweek. Dankzij hen hadden winkeliers een hogere omzet. De militairen stimuleerden muziekbeoefening via de kapellen en drumbands. Er werden culturele uitvoeringen gehouden en sommige kazernes hadden hun eigen bioscoopzalen. Daarmee liepen zij vooruit op het dorp. Soms was de sfeer echter grimmig. Bijvoorbeeld als dronken militairen in het dorp vernielingen aanrichtten.

De kerk

Een deel van de militairen was rooms-katholiek. In Ede was al sinds 1571 geen rooms-katholieke kerk meer. In 1913 droeg pastoor F.A.R. Padberg sinds lange tijd weer een heilige mis op. Daarmee was het herstel van de rooms-katholieke kerk in Ede een feit. Binnen tien jaar volgde een katholieke school en werd 'De parochie van de heilige Antonius van Padua' gesticht.

Einde van een tijdperk

Aan het einde van 2010 werden de kazerneterreinen overgedragen aan de gemeente Ede. Alle soldaten vertrokken. Er kwam een einde aan een periode van meer dan 100 jaar waarin Ede een garnizoensstad was.

 

Meer informatie:

  • Weerd, van de, Evert. Panorama van 100 jaar Garnizoen Ede 1906-2006 (Gemeentearchief Ede, 2006). 108 blz. ISBN 9080125768.
  • Vossebeld, Rene. 'Gelderse soldatenopstand in 1918.' MijnGelderland. 
  • Pieterse, Paula. 'Hotel Buitenzorg in Ede.' MijnGelderland. 
  • De bijgevoegde film is gemaakt door Taff multimedia.