2 april 1595: 3 ‘grote’ koopvaardijschepen en een klein jacht varen de haven van Texel uit. Ze gaan een reusachtig avontuur tegemoet. Mauritius, Hollandia en Amsterdam, zo heetten de schepen. Het jacht was een verkenningsschip en heette Duyfken. Dat het ook een gevaarlijk avontuur was, bleek twee jaar later. Slechts drie van de vier schepen keerden terug. Van de 249 bemanningsleden waren er nog maar 87 over!
Het was de eerste Nederlandse handelsreis naar Azië. Ook al brachten de schepen niet veel mee terug, de reis was toch een succes. Het was de opening van de handelsroute naar de ‘Oost’. Nieuwe reizen met zwaarbewapende, sterke schepen volgden. Rijk beladen met goederen en specerijen, zoals peper en nootmuskaat, kwamen ze terug. Al snel maakten de kooplieden van Zeeland en Holland de Portugezen en de Engelsen jaloers. En dat terwijl die de route al veel langer kenden ...
Een paar jaar later kwam Johan van Oldenbarnevelt met het idee om de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op te richten. Op 20 maart 1602 kreeg de VOC, als enige in Nederland, het recht om handel te drijven in Azië. In naam van Nederland mocht de VOC verdragen sluiten en oorlogen beginnen. Ze mocht zelfs regeren over de gebieden die ze veroverde. De VOC werd een belangrijke en sterke macht voor Nederland.
‘Hier kan iets groots verricht worden’, schreef Jan Pieterszoon Coen aan het VOC-bestuur. Hij had het over Jayakarta, de stad die hij in 1619 veroverde. Hij stichtte er Batavia. Coen schreef dat ‘Jacatra de treffelycxte plaetse van gansch Indien’ (de geweldigste stad van heel Indië) zou worden. Volgens hem was Nederland weer belangrijker geworden in de wereld. ‘Iedereen zal nu proberen ons te vriend te houden’, schreef hij.
Delen van het eiland Java werden bezet. De Molukse eilanden, Ambon en Ternate, werden veroverd en de bevolking werd gedwongen om specerijen te verbouwen. Maar ook op andere plekken in Azië kreeg de VOC veel te zeggen. Als de mensen niet wilden luisteren, gebruikten de Nederlanders geweld. Er werden forten gebouwd in Zuid-Afrika, India, in Ceylon (Sri Lanka) en Makassar. De VOC kwam zelfs in China en Japan.
De VOC vulde de Nederlandse pakhuizen en grachtenhuizen met zijde, specerijen, koffie, thee, tabak, tropisch hout, ijzer, koper, zilver, goud, porselein, verfstoffen, schelpen en nog veel meer. Maar hoe belangrijk de rol van de VOC was, bleek toen Japan zijn grenzen sloot. In 1641 besloot de Shogun van Japan dat geen enkele buitenlander nog in Japan mocht komen. Niemand, behalve de VOC. Zij was de enige die nog handelde met Japan, vanaf het eilandje Decima bij Nagasaki.
De VOC bestond bijna 200 jaar. In 1799, Nederland was toen van Frankrijk, werd de VOC opgeheven. De archieven van de VOC worden nu beschouwd als werelderfgoed. Ze zijn een deel van het ‘geheugen van de wereld’. De dagrapporten van de kooplieden, de reisverslagen van bezoeken aan vreemde koningen, de vrachtlijsten van de schepen, ze moeten allemaal goed bewaard worden. Samen vertellen ze over twee eeuwen Aziatisch-Europese geschiedenis.