Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

Dekolonisatie van de West

Lees voor...

Willemstad, de hoofdstad van Curaçao, heeft een kleurrijke architectuur, die getuigt van de geschiedenis van deze haven en handelsstad sinds 1635. Curaçao is een van de zes Antilliaanse eilandgebieden die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden, samen met Aruba, Bonaire, Saba, St. Maarten en St. Eustatius. Tot 1975 hoorde ook Suriname daar bij.

De relaties tussen Nederland en de koloniën in 'de West' zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw ingrijpend veranderd. In de Tweede Wereldoorlog bleven Suriname en de Nederlandse Antillen vrij. Ze steunden de geallieerden militair en met grondstoffen die belangrijk waren voor de oorlogsindustrie, zoals bauxiet en olie. Na de oorlog kregen zij als zogeheten overzeese gebiedsdelen regionale autonomie en algemeen kiesrecht. De nieuwe verhoudingen werden in 1954 vastgelegd in het 'Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden', een soort grondwet voor een transatlantisch koninkrijk met autonome rijksdelen.

Begin jaren zeventig - veel Afrikaanse en Aziatische landen waren al gedekoloniseerd - gingen ook in Suriname stemmen op voor onafhankelijkheid. Nederland sloot daar, onder leiding van PvdA-premier Joop den Uyl, meteen op aan. Binnen twee jaar stelde hij samen met Henck Arron, premier van de Surinaamse coalitieregering, een regeling op, die na stevige oppositie onder leiding van Jagernath Lachmon uiteindelijk op 25 november 1975 leidde tot een unanieme aanvaarding van de onafhankelijkheid. Nederland zegde toe Suriname gedurende een lange periode met ontwikkelingsgeld te blijven steunen. Die belofte werd een aantal jaren opgeschort na de Decembermoorden van 1982.

De spanning tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de aanloop van de onafhankelijkheid, onzekerheid over de toekomst en de keuze die iedere inwoner moest maken tussen Surinaams of Nederlands staatsburgerschap, leidden rond 1975 tot het vertrek van ruim 130.000 Surinamers naar Nederland. In de relatie tussen Nederland en de Antillen bleef het Statuut van 1954 van kracht. Daarbinnen kreeg Aruba in 1986 de zogeheten Status Aparte en sinds 1996 is het een eigen land in het Koninkrijk.

Sinds 2005 is ook met de andere eilanden gesproken over vernieuwing van de verhoudingen. Op 10 oktober 2010 werd het Statuut aangepast en hielden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Curaçao en Sint Maarten zijn nu zelfstandige landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen landsbestuur en wetgeving. Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn bijzondere gemeenten van Nederland. Op deze zogenoemde BES-Eilanden wordt geleidelijk de Nederlandse wetgeving ingevoerd. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat sinds 10 oktober 2010 dus uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

In veel opzichten heeft Nederland sterke 'transnationale' banden met de multi-culturele Caraïbische samenlevingen van Suriname, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES-eilanden, door de lange gezamenlijke geschiedenis, de vele familieverbanden en de taal. Want bij de vele talen die er worden gesproken, is het Nederlands een gezamenlijke taal. In 2005 is Suriname lid geworden van de Nederlandse Taalunie (Nederland, België, Suriname).


officiële versie
sneakers n, nike air max 90 pink and white,air max dam billigt rea,nike air max 360 basketball, nya nike skor,rea air max,nike air max force 2013 grape