De Republiek 1588-1795

Een staatkundig unicum

Lees voor...

In 1609 zorgde het Twaalfjarige Bestand voor een tijdelijke onderbreking van de oorlog tegen Spanje die in 1568 met de militaire invallen van Willem van Oranje was begonnen. Speciaal voor de gelegenheid produceerde Claes Janszoon Visscher een kaart van de Nederlanden in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Daarop werden de zeventien Nederlanden nog eenmaal als een geheel afgebeeld, vreedzaam naast elkaar levend dankzij het verstommen van het wapengekletter, gesymboliseerd door de slapende god Mars rechtsonder. In werkelijkheid echter waren de Nederlanden door de Opstand en de daaruit voortvloeiende oorlog uiteengevallen in twee nieuwe staten: de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Die laatste beleefde met het Bestand een belangrijk diplomatiek succes, al zou zij pas in 1648 met de Vrede van Munster internationaal erkend worden als soevereine staat.

Een republiek was een uitzondering in het vroegmoderne Europa waarin de toon werd gezet door vorsten. Niemand van de opstandelingen had dan ook bewust naar een republiek gestreefd: men had slechts de ‘goede oude tijden’ willen herstellen waarin de vorst de vrijheden en privileges van zijn steden, gewesten en onderdanen garandeerde. Zo’n vorst was na de afzwering van Filips II wel gezocht, maar niet gevonden. Daarom waren de zeven overgebleven opstandige gewesten vanaf 1588 maar als republiek doorgegaan.

Dat leverde een merkwaardig staatsbestel op, waarin elk gewest in theorie een even belangrijke stem in de gemeenschappelijke vergadering van de Staten-Generaal had. Leden hadden recht op ruggespraak. Dat betekende dat afgevaardigden terug naar hun gewest mochten voor overleg. Zo kon het lang duren voor er een besluit werd genomen. In de praktijk viel dat wel mee. Omdat het rijke Holland verreweg het meeste geld inbracht, had het ook het meest te vertellen. De hoogste ambtenaar van Holland, de raadpensionaris, functioneerde als een soort minister-president, minister van financiën en minister van buitenlandse zaken tegelijk. Daarnaast was er meestal nog een Oranje die het ambt van stadhouder bekleedde. Letterlijk betekent dat ‘plaatsvervanger’, maar dat was niet meer dan een verwijzing naar vroeger: er was immers geen landsheer meer die vervangen moest worden. Als hoog edelman uit het huis van Oranje-Nassau (en dus familie van Willem van Oranje) en opperbevelhebber over de strijdkrachten stak de stadhouder ver uit boven alle andere bestuurders en ambtenaren. Waar die hun tijd vooral doorbrachten met vergaderingen, daar behaalden stadhouders als Maurits en Frederik Hendrik klinkende militaire overwinningen op de Spanjaarden. Zij hadden wel iets van een vorst, al waren zij formeel gewoon dienaren van de gewestelijke Staten.

Stadhouder en raadpensionaris konden gemakkelijk met elkaar in conflict komen. Tijdens het Twaalfjarig Bestand gebeurde dat voor de eerste maal, met dramatische uitkomst. Na een hooglopend politiek en religieus conflict liet stadhouder Maurits Johan van Oldenbarnevelt arresteren, op beschuldiging van landverraad. Hij werd op 13 mei 1619 onthoofd.


  • ca. 3000 voor Christus Hunebedden Vroege landbouwers  
  • 47-ca. 400 De Romeinse Limes Op de grens van de Romeinse wereld  
  • 658-739 Willibrord Verbreiding van het christendom  
  • 742-814 Karel de Grote Keizer van het Avondland  
  • ca. 1100 Hebban olla vogala Het Nederlands op schrift  
  • 1254-1296 Floris V Een Hollandse graaf en ontevreden edelen  
  • 1356-ca. 1450 De Hanze Handelssteden in de Lage Landen  
  • 1469?-1536 Erasmus Een internationaal humanist  
  • 1500-1558 Karel V De Nederlanden als bestuurlijke eenheid  
  • 1566 De Beeldenstorm Godsdienststrijd  
  • 1533-1584 Willem van Oranje Van rebelse edelman tot ‘vader des vaderlands’  
  • 1588-1795 De Republiek Een staatkundig unicum  
  • 1602-1799 De Verenigde Oostindische Compagnie Overzeese expansie  
  • 1612 De Beemster Nederland en het water  
  • 1613-1662 De grachtengordel Stadsuitbreidingen in de zeventiende eeuw  
  • 1583-1645 Hugo de Groot Pionier van het moderne volkenrecht  
  • 1637 De Statenbijbel Het boek der boeken  
  • 1606?-1669 Rembrandt De grote schilders  
  • 1662 De Atlas Major van Blaeu De wereld in kaart  
  • 1607-1676 Michiel de Ruyter Zeehelden en de brede armslag van de Republiek  
  • 1629-1695 Christiaan Huygens Wetenschap in de Gouden Eeuw  
  • 1632-1677 Spinoza Op zoek naar de waarheid  
  • ca. 1637-1863 Slavernij Mensenhandel en gedwongen arbeid in de Nieuwe Wereld  
  • 17e en 18e eeuw Buitenhuizen Rijk wonen buiten de stad  
  • 1744-1828 Eise Eisinga De Verlichting in Nederland  
  • 1780-1795 De patriotten Crisis in de Republiek  
  • 1769-1821 Napoleon Bonaparte De Franse tijd  
  • 1772-1843 Koning Willem I Het koninkrijk van Nederland en België  
  • 1839 De eerste spoorlijn De versnelling  
  • 1848 De Grondwet De belangrijkste wet van een staat  
  • 1860 Max Havelaar Aanklacht tegen wantoestanden in Indië  
  • 19e eeuw Verzet tegen kinderarbeid De werkplaats uit, de school in  
  • 1853-1890 Vincent van Gogh De moderne kunstenaar  
  • 1854-1929 Aletta Jacobs Vrouwenemancipatie  
  • 1914-1918 De Eerste Wereldoorlog Oorlog en neutraliteit  
  • 1917-1931 De Stijl Revolutie in vormgeving  
  • 1929-1940 De crisisjaren Samenleving in depressie  
  • 1940-1945 De Tweede Wereldoorlog Bezetting en bevrijding  
  • 1929-1945 Anne Frank Jodenvervolging  
  • 1945-1949 Indonesië Een kolonie vecht zich vrij  
  • 1886-1988 Willem Drees De verzorgingsstaat  
  • 1 februari 1953 De watersnood De dreiging van het water  
  • vanaf 1948 De televisie De doorbraak van een massamedium  
  • vanaf ca. 1880 Haven van Rotterdam Poort naar de wereld  
  • 1911-1995 Annie M.G. Schmidt Tegendraads in een burgerlijk land  
  • vanaf 1945 Suriname en de Nederlandse Antillen Dekolonisatie van de West  
  • 1995 Srebrenica De dilemma’s van vredeshandhaving  
  • vanaf 1945 Veelkleurig Nederland De multiculturele maatschappij  
  • 1959-2030? De gasbel Een eindige schat  
  • vanaf 1945 Europa Nederlanders en Europeanen  
officiële versie