In 1813 waren de Fransen verslagen. De zoon van de oude stadhouder Willem de Vijfde kwam toen terug naar Nederland. Deze zoon heette niet Willem de Zesde, maar Willem de Eerste. Willem de Eerste kon geen stadhouder worden. Want Nederland was geen republiek meer, maar een koninkrijk. Willem de Eerste werd daarom koning.
In 1815 werd Nederland samengevoegd met het huidige België. Zo ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden had ook een paar koloniën. Een kolonie is een gebied dat ergens anders ligt. Dat gebied is ooit veroverd. Nederlands-Indië was zo'n kolonie van Nederland. Nu heet dit land Indonesië.
Koning Willem de Eerste wilde dat Nederland weer een rijk land werd. Daarom gaf hij alle delen van zijn land verschillende taken. In het zuiden moesten mensen producten maken. Handelaars uit het noorden moesten deze producten overal verkopen. En in de koloniën moesten mensen zorgen voor tabak, kruiden en zijde. Deze producten waren toen heel kostbaar.
Koning Willem de Eerste liet in ons land ook wegen en kanalen aanleggen. Zodat de mensen de producten makkelijk konden vervoeren. Hij zorgde er ook voor dat de handel met de kolonie Nederlands-Indië werd verbeterd. Maar de inwoners van de kolonie werden wel verplicht te werken voor Nederland.
Het ging steeds beter met het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Toch was er in het zuidelijke deel van het koninkrijk (wat nu België is) veel onvrede. De mensen daar waren niet zo blij met koning Willem de Eerste. Ze vonden dat hij te machtig was. Vooral de rijken wilden zelf ook macht hebben in het land.
In 1830 kwamen de Belgen in Brussel in opstand tegen de koning. Willem de Eerste stuurde zijn leger naar de stad. Maar dat had geen zin meer. België werd een zelfstandig land. Pas negen jaar later, in 1839, gaf Willem de Eerste toe dat België onafhankelijk was. Een jaar later trad hij af als koning.