Karel de Grote 742-814

Keizer van het Avondland

Lees voor...

Karel de Grote was de belangrijkste vorst van de vroege middeleeuwen. In 771 werd hij koning van het rijk der Franken, dat ook de latere Nederlanden omvatte. Zijn gehele regeringsperiode door trok Karel ten strijde: tegen de islamitische heersers van het Iberische schiereiland, tegen de Langobarden in het zuiden, en tegen de Denen en de Saksen in Noordwest-Europa. En met succes, want Karel wist het Frankische rijk uit te breiden tot een rijk dat grote delen van het huidige Europa omvatte. Op kerstdag van het jaar 800 werd Karel door de paus tot keizer over het Westen gekroond.

Om zijn enorme rijk te kunnen besturen, maakte Karel gebruik van 'vazallen' of leenmannen, die hem met 'raad en daad' dienden bij te staan. Zij moesten hem adviseren in allerlei bestuurlijke kwesties en als krijger dienen in oorlogen. In ruil daarvoor kregen zij van hem een 'leen' ofwel het bestuur over en de inkomsten van een groot gebied. Vaak beleenden zij op hun beurt dat land aan achterleenmannen. Aanvankelijk vervielen de afspraken bij de dood van de leenman, maar in de loop van de tijd beschouwden de vazallen hun lenen als erfelijk bezit en stelden zij zich steeds onafhankelijker tegenover hun leenheer op.

Karel had overal in zijn rijk paleizen, die 'paltsen' werden genoemd. Hij reisde van palts naar palts en regelde ter plekke zijn zaken met zijn belangrijkste leenmannen. Verondersteld wordt dat Karel ook in Nijmegen een palts had, de Valkhof. Daar hield hij zich onder andere bezig met de situatie in het Friezenbisdom en volgde hij de verrichtingen van zijn legers tegen de heidense Saksen. Karels eerste biograaf, de monnik Einhard, beschouwde deze 33 jaar durende strijd als 'de langdurigste, gruwelijkste, en voor het volk van de Franken inspannendste oorlog die hij ooit voerde'.

Karel hechtte groot belang aan onderwijs, cultuur en wetenschap. Hoewel hij zelf nauwelijks zijn eigen naam kon schrijven, was hij wel bedreven in rekenen en sterrenkunde, en sprak hij verschillende talen. Hij richtte scholen op waar jonge edellieden werden opgeleid voor de staatsdienst. Karel legde ook contacten in de islamitische wereld met de kalief van Bagdad, Haroen al-Rasjid. Die gaf hem een olifant ten geschenke.

In de laatste jaren van zijn leven vestigde Karel zich in zijn palts in Aken, waar hij in 814 ook begraven werd. Zijn palts vormde de basis voor de huidige domkathedraal, waar zijn troon en zijn rijk versierde grafkist nog altijd te bezichtigen zijn.

Over Karel gingen al in zijn eigen tijd indrukwekkende verhalen rond, die na zijn dood alleen nog maar werden uitgebreid en aangedikt. Hij werd er een heilige door, die tot de grootste vorsten uit de geschiedenis werd gerekend.


officiële versie