De crisisjaren 1929-1940

Het gaat niet goed in Nederland

Lees voor...

'De grote depressie' of 'de crisisjaren', zo worden de jaren 1929-1940 meestal genoemd. Uit die woorden begrijp je wel dat het toen niet goed ging in Nederland, dat er veel problemen waren. En dat was ook zo. De economie van Nederland groeide niet, ging zelfs achteruit en er waren heel veel mensen werkloos.

Opeens was er geen werk meer

De crisis begon in oktober 1929 met het instorten van de aandelenbeurs in de Verenigde Staten van Amerika. Van de ene op de andere dag waren de aandelen bijna niets meer waard. Al snel ging de crisis de hele wereld rond. Eén van de problemen was dat er voor veel mensen geen werk meer was. Bedrijven stopten ermee of hadden minder werk en dus moesten ze mensen ontslaan. In 1930 waren er in Nederland ongeveer 150.000 mensen zonder werk. In 1935 waren dat er zelfs 600.000. Daarna werden het er wel minder, maar tot in de Tweede Wereldoorlog bleven honderdduizenden mensen werkloos. Het was voor het eerst dat er zoveel werkloosheid in Nederland was en dat het zo lang duurde. Van elke vier Nederlandse arbeiders was er één langer dan een jaar werkloos.

Geen geld voor leuke dingen

De regering besloot de werklozen te helpen met geld. Ze gingen ze steunen, heette dat. Maar de 'steun' mocht niet te hoog zijn, anders zouden de werklozen lui worden, dachten ze. Daarom kreeg een werkloze net genoeg geld om de huur en een eenvoudige maaltijd te betalen. Voor uitgaan, sport of kleren hadden ze geen geld. De regering wilde voorkomen dat een werkloze er stiekem een baantje bijnam. Een 'zwart' baantje werd dat genoemd. Daarom moesten ze één of twee keer per dag naar een stempellokaal. Daar kregen ze een stempel in een boekje. Vaak moesten ze urenlang wachten in een lange rij voor het lokaal. De werklozen schaamden zich hiervoor.

Een meester die sloten graaft

Soms werden werkloze mensen gedwongen om werk voor de regering te doen. Werkverschaffing heette dat. Ze mochten dit werk niet weigeren. Zo kon het best dat een werkloze onderwijzer aan de slag moest om sloten te graven. Of dat een kapper moest helpen bij het aanleggen van een dijk. In die tijd is bijvoorbeeld het Amsterdamse Bos aangelegd. Door werklozen dus.

De regering was heel zuinig!

Colijn was in die tijd minister-president. De partijen in zijn regering hadden afgesproken om zo min mogelijk geld uit te geven. Aan die afspraak hielden ze zich ook. De gulden mocht niet minder waard worden en dus waren ze heel erg zuinig.
De partijen die niet in de regering zaten, waren de socialisten. Zij vonden dat de regering alles moest doen om de economie weer te laten groeien.
Het lukte de regering niet om de crisis op te lossen. Daardoor gingen veel Nederlanders twijfelen aan onze democratie. Volgens hen was er daardoor geen eenheid binnen de regering en bleef het probleem bestaan.
Er kwam een nieuwe politieke partij: de NSB. Die vond onder meer dat de minister-president een echte baas moest zijn. Toch veranderde er niet veel bij de verkiezingen. De grote partijen bleven ongeveer even groot en de NSB klein.

Niet meer zo negatief

Na de Tweede Wereldoorlog gingen de mensen anders denken over werkloosheid. Ze bedachten nieuwe manieren om het probleem op te lossen. De werklozen werden beter behandeld en ook niet meer zo wantrouwend aangekeken. En, heel belangrijk, de regering ging veel meer moeite doen om een werkloze weer aan een baan te helpen.


  • ongeveer 3000 voor Christus Hunebedden De eerste boeren  
  • van 47 tot ongeveer 400 De Romeinse Limes Op de grens van de Romeinse wereld  
  • 658-739 Willibrord De Friezen worden christenen  
  • 742-814 Karel de Grote Keizer van het Westen  
  • Ongeveer 1100 Hebban olla vogala Begin van de Nederlandse taal  
  • 1254-1296 Floris V Een Hollandse graaf en ontevreden edelen  
  • Van 1356 tot ongeveer 1450 De Hanze Handelssteden in de Lage Landen  
  • ± 1469-1536 Erasmus Een beroemde humanist  
  • 1500-1558 Karel V Nederland wordt één land  
  • 1566 De Beeldenstorm De strijd tussen de godsdiensten  
  • 1533-1584 Willem van Oranje Vader van het vaderland  
  • 1588-1795 De Republiek Een unieke regering in Europa  
  • 1602-1799 De VOC Nederland breidt uit over zee  
  • 1612 De Beemster Nederland en het water  
  • 1613-1662 De grachtengordel Stadsuitbreidingen in de 17e eeuw  
  • 1583-1645 Hugo de Groot Bedenker van het moderne volkenrecht  
  • 1637 De Statenbijbel Het belangrijkste boek  
  • ± 1606-1669 Rembrandt De grote schilders  
  • 1662 De Atlas Major De wereld in kaart  
  • 1607-1676 Michiel de Ruyter Zeehelden en de macht van de Republiek  
  • 1629-1695 Christiaan Huygens Wetenschap in de Gouden Eeuw  
  • 1632-1677 Spinoza Op zoek naar de waarheid  
  • ±1637-1863 Slavernij Slaven in Amerika  
  • 17e en 18e eeuw Buitenhuizen Rijk wonen buiten de stad  
  • 1744-1828 Eise Eisinga Verstand, kennis en wetenschap worden belangrijk  
  • 1780-1795 De patriotten Crisis in de Republiek  
  • 1769-1821 Napoleon Bonaparte De Franse tijd  
  • 1772-1843 Koning Willem I Het koninkrijk van Nederland en België  
  • 1839 De eerste spoorlijn Sneller vervoer  
  • 1848 De Grondwet De belangrijkste wet van een land  
  • 1860 Max Havelaar Een klacht tegen de regering in Nederlands-Indië  
  • 19e eeuw Verzet tegen kinderarbeid De fabriek uit, de school in  
  • 1853-1890 Vincent van Gogh Schilder in een nieuwe tijd  
  • 1854-1929 Aletta Jacobs Mannen en vrouwen dezelfde rechten  
  • 1914-1918 De Eerste Wereldoorlog Neutraal in oorlogstijd  
  • 1917-1931 De Stijl De kunst verandert helemaal  
  • 1929-1940 De crisisjaren Het gaat niet goed in Nederland  
  • 1940-1945 De Tweede Wereldoorlog Nederland bezet en bevrijd  
  • 1929-1945 Anne Frank De Jodenvervolging  
  • 1945-1949 Indonesië Een kolonie vecht zich vrij  
  • 1886-1988 Willem Drees De verzorgingsstaat  
  • 1 februari 1953 De watersnood Het gevaar van het water  
  • vanaf 1948 De televisie Iedereen kijkt televisie  
  • vanaf ongeveer 1880 Haven van Rotterdam De poort naar de wereld  
  • 1911-1995 Annie M.G. Schmidt Tegen de keurige Nederlanders  
  • vanaf 1945 Suriname en de Nederlandse Antillen De koloniën worden zelfstandig  
  • 1995 Srebrenica Hoe zorg je voor vrede in moeilijke tijden?  
  • vanaf 1945 Veelkleurig Nederland Een maatschappij met veel culturen  
  • 1959-2030? De gasbel Het gas raakt op  
  • vanaf 1945 Europa Nederlanders en Europeanen  
groep 7 en 8