Vensterplaat Veelkleurig Nederland

  1. Veelkleurig Nederland

    Nederland is na de Tweede Wereldoorlog een heel kleurrijk land geworden: er wonen tegenwoordig mensen met allerlei huidskleuren. Op het platteland is dat vaak nog wat minder dan in de stad, maar veelkleurig is Nederland inmiddels tot in de uithoeken. Hoe is dat zo gekomen?

    Nederland is een land met een heleboel verschillende culturen. Dat noem je een multiculturele samenleving (multi betekent 'veel'). Er wonen in ons land mensen uit maar liefst 190 verschillende landen. Al deze mensen hebben hun eigen eten, kleding, gewoonten, feesten en godsdiensten. Er wordt in ons land veel gepraat over deze multiculturele samenleving: in de politiek, maar ook door de mensen op straat.

  2. Gastarbeiders

    In Nederland wonen veel Turken en Marokkanen. De eerste Turkse en Marokkaanse mannen kwamen tussen 1950 en 1960 naar Nederland om hier te werken. We noemen hen gastarbeiders. Later kwamen ook hun vrouwen en kinderen naar Nederland.

    Rond 1950 en 1960 ging het heel goed met Nederland. De Tweede Wereldoorlog was voorbij, de economie begon weer te bloeien en er was veel werk. Er was eigenlijk té veel werk! Er waren extra mensen nodig om al dat werk te kunnen doen. Daarom werden er mensen gehaald uit landen waar weinig werk was: de landen rond de Middellandse Zee. Dat zijn bijvoorbeeld Turkije en Marokko, maar ook Griekenland, Italië en Spanje. Deze mensen waren voor een tijdje te gast in Nederland om te werken. Daarom heten ze gastarbeiders. Als het werk klaar was, zouden ze weer vertrekken.
    In 1970 kwam er minder werk. Maar toen waren de gastarbeiders al tien jaar in Nederland, en soms nog langer. Ze waren hier helemaal gewend. En in hun eigen land was er nog minder werk. Daarom bleven ze in hier. Ze lieten hun vrouw en kinderen ook naar Nederland komen. Dat noemen we gezinshereniging.

  3. Vluchtelingen

    Vanaf 1980 komen er veel vluchtelingen uit de hele wereld naar Nederland. Ook nu nog. Ze vluchten weg uit hun eigen land, omdat daar oorlog of honger is. We noemen hen ook wel asielzoekers. Als je naar een ander land vlucht, vraag je daar asiel aan. Dat betekent dat je vraagt om bescherming, hulp en een eigen plekje in het nieuwe land.

  4. Multicultureel eten

    Hoe vaak eet jij nog aardappelen met groente en vlees? Waarschijnlijk geen zeven dagen per week! In Nederland zijn we al helemaal gewend om shoarma, rijst of pasta te eten. We kennen al die verschillende soorten eten door al die verschillende soorten mensen die hier zijn komen wonen. Zij hebben allemaal hun eigen eten meegenomen.

    Pasta komt uit Italië, rijst uit Indonesië en döner kebab uit Turkije bijvoorbeeld. We kunnen dat in restaurants eten, maar het ligt ook gewoon in de supermarkt. In Nederland hebben we al die buitenlandse gerechten wel een beetje aangepast aan onze eigen smaak. Nederlandse nasi is veel minder scherp dan echte Indonesische nasi! En wist je dat heel vroeger, toen pasta hier nog maar net bestond, mensen pasta aten als toetje? Ze lieten het héél lang koken en deden er dan nog suiker bij! Soms ontstaat er een nieuw gerecht door Nederlands en buitenlands eten bij elkaar te doen. Heb je wel eens een patatje kapsalon op? Dat is patat met shoarma, kaas en sla!

  5. Inburgeren

    Voordat nieuwe Nederlanders zich echt Nederlander mogen noemen, moeten ze 'inburgeren'. Dat betekent dat ze de Nederlandse taal moeten leren, maar ook hoe we hier met elkaar leven en welke dingen hier belangrijk zijn.

    Inburgeren is sinds 2007 verplicht in Nederland. Dat doe je onder meer door het volgen van een inburgeringscursus. Je leert op deze cursus als eerste de Nederlandse taal. Je moet namelijk Nederlands kunnen lezen en schrijven, maar ook kunnen spreken en verstaan. Dat is belangrijk, want anders kun je niet echt meedoen in Nederland. Je kunt dan geen brood bestellen bij de bakker bijvoorbeeld, of een praatje maken met de buren. En je kunt dan ook niet goed werken.
    Inburgeren betekent ook dat je weet hoe de dingen gaan in Nederland. Dat je niet mag bellen in de auto, bijvoorbeeld. En dat je 112 moet bellen als er een ongeluk is gebeurd. Of dat je op het gemeentehuis moet komen vertellen als je een kindje hebt gekregen. Aangifte doen, noemen we dat.
    Aan het eind van de inburgeringscursus moet je examen doen. Als je dat haalt, krijg je een verblijfsvergunning. Dan heb je officieel toestemming om in Nederland te blijven. Maar als je zakt, krijg je een boete. En je krijgt voor een korte tijd een verblijfsvergunning, bijvoorbeeld maar voor één jaar. In die tijd moet je het inburgeringsexamen nog een keer doen.

  6. Tulpen

    Tulpen zijn echt Nederlands. Dacht je dat? Toeristen denken dat ook. Ze kopen zelfs plastic nep-tulpen om mee naar huis te nemen. Maar die echte Nederlandse tulpen komen helemaal niet uit Nederland! Ze zijn heel lang geleden uit Turkije gekomen.

    Al heel lang heeft Nederland contacten met andere culturen. Dat kwam door de handel. Nederland handelde met veel verre landen. Nederlandse kooplieden voeren er met een boot naartoe en namen allerlei dure en mooie spullen mee terug. Tulpen uit Turkije bijvoorbeeld! Maar ook peper, kaneel en thee uit Indonesië. Dat werd voor veel geld in Nederland verkocht. Er is een tijd geweest dat een tulpenbol bijna net zoveel kostte als een huis!
    Dat er mensen uit andere landen in Nederland komen wonen, is ook niks nieuws. Al in de zeventiende en achttiende eeuw kwamen er veel vluchtelingen uit Frankrijk en het zuiden van Nederland (wat nu België is) naar Nederland. Hier was veel werk, en mensen mochten hier denken en geloven wat ze wilden.
    Maar er zijn ook Nederlanders in andere landen gaan wonen. Tussen 1800 en 1950 bijvoorbeeld. Toen zijn veel mensen met de boot naar Amerika vertrokken en daar blijven wonen.

  7. Nederlands-Indië wordt Indonesië

    Op 17 augustus 1945 liet Indonesië de wereld weten, dat Nederlands-Indië geen kolonie meer van Nederland was en voortaan Indonesië heette.

    Na de onafhankelijkheid van Indonesië kwamen veel mensen naar Nederland. Ze konden of wilden niet langer in Indonesië of op de Molukse eilanden wonen. Mensen bijvoorbeeld die in het Nederlandse leger hadden gezeten of van wie een van de ouders Nederlander was. Ze voelden zich niet langer veilig of prettig in Indonesië.