NIEUW! Maak in een handomdraai je eigen Canon.

Over Mijn Canon

Leidsche Rijn

Wederopbouw en nieuwe bewoners

Vleuten-De Meern kreeg na de Tweede Wereldoorlog te maken met bevolkingsgroei. De nieuwe inwoners vonden onderdak in nieuwbouwwijken als de Oranjebuurt, De Meern-West, Hindersteyn en Nijevelt. Al vanaf 1970 echter werden er door de grote buurman Utrecht plannen gemaakt, om zijn surplusbevolking aan de westzijde in nieuwbouwwijken onder te brengen. Daartoe zouden delen van het Vleutense weidegebied moeten worden geïncorporeerd bij de stad. De toenmalige burgemeester van Vleuten, Van der Heiden, verzette zich daar met succes tegen.

Toen de gesneefde plannen eind jaren tachtig van de vorige eeuw opnieuw uit de lade werden gehaald, was het burgemeester J.J.F.M. Westra die het voor het zijn gemeente opnam. Onder druk van het rijk moest hij wijken. Wel stelde hij de voorwaarde, dat Vleuten-De Meern zelfstandig bleef. In 1993 werd deze afspraak geschonden, toen er door Utrecht plannen tot grootschalige nieuwbouw en annexatie van delen van Vleuten werden gepresenteerd. In 1997 ging de eerste paal de grond in voor wat Leidsche Rijn zou gaan heten. In oktober 1998 kregen de eerste nieuwe inwoners de sleutel van hun huis.

In 2000 gingen de plannen nog een stapje verder: er zouden 30.000 woningen, 700.000 m2 kantoorruimte en 28 ha bedrijventerrein worden ingericht. Vleuten-De Meern zou geheel door Utrecht worden opgeslokt. In het nieuwe stadsdeel moeten uiteindelijk 80.000 mensen onderdak vinden. Het zijn niet alleen de woningen die het gebied ingrijpend hebben gewijzigd. Waar eens weilanden lagen en glastuinbouw werd bedreven, staan nu huizen in vele soorten, maar ook wegen, nieuwe spoorwegen en stations. De snelweg A2 , die door het gebied loopt, wordt verdubbeld en voor een deel overkapt.

Leidsche Rijn is wel ingericht met het oog voor de historie van het gebied. Voorafgaand aan de aanleg van nieuwe delen heeft telkens intensief archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Dat heeft veel nieuwe inzichten gebracht over met name de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. De vindplaatsen zijn zoveel mogelijk beschermd door op die plekken stadsparken aan te leggen. De limes is zelfs fysiek in beeld gebracht door paden en coupures in straten.