1772-1843 Tijd van burgers en stoommachines

Koning Willem I

Het koninkrijk van Nederland en België

De Nederlanden waren twee eeuwen een republiek geweest, in een tijd dat koninkrijken de norm waren. Maar na de revolutionaire tijd met zijn democratische idealen werd Nederland (tot 1830 inclusief het huidige
België) een koninkrijk. De zoon van stadhouder Willem V werd Koning Willem I.

Na de Franse overheersing keerde de zoon van de stadhouder Willem V in 1813 terug naar Nederland om er het koningschap te aanvaarden. Dat was een duidelijke breuk met het verleden. Willem I werd niet, zoals zijn vader, stadhouder in alle gewesten, maar koning van een eenheidsstaat. En daarin speelde hij de politieke hoofdrol.

In 1815 werden de voormalige Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België) met het grondgebied van de Oude Republiek verenigd om te dienen als buffer tegen het verslagen Frankrijk. Zo ontstond het Verenigd Koninkrijk, voor Europese begrippen een middelgroot land met een groot koloniaal bezit. De energieke Willem (bijnaam ‘koning-koopman’) probeerde de oude economische bloei te herstellen door in de drie delen van zijn land (het noorden, zuiden en Indië) de sterke kanten van de economie te stimuleren. Het zuiden, waar al vroeg een Industriële Revolutie had plaatsgevonden, moest zich richten op de productie van consumptiegoederen, de handelaren uit het noorden moesten die producten vervolgens de wereld over brengen en de inwoners van de koloniën konden ten slotte de kostbare tropische goederen leveren. De koning liet tussen Noord en Zuid kanalen en wegen aanleggen om het vervoer van de goederen te vergemakkelijken. Zelf trad hij ook op als investeerder. Voor de handel met Nederlands-Indië richtte hij in 1824 de Nederlandsche Handelmaatschappij op. In Indië werd het cultuurstelsel ingevoerd, dat de inlandse bevolking verplichtte, een deel van het jaar op het land te werken voor het koloniale bewind. De producten werden dan door De Nederlandsche Handelmaatschappij verkocht.

Ondanks zijn economische activiteiten, viel de koning bij de Belgen niet in de smaak. De Belgische liberalen zagen in hem een vorst die uit was op de absolute macht en niet bereid was om meer inspraak van de ontwikkelde elite te dulden. De Belgische katholieken maakten bezwaar tegen de inmenging van de protestantse koning in de opleiding van priesterstudenten. In 1830 lieten de Brusselaars zich door de aria ‘Amour sacré de la patrie’, die in hun schouwburg ten gehore werd gebracht, inspireren tot een opstand. Willem I stuurde er een leger op af, maar dat mocht niet baten. België verkreeg zijn onafhankelijkheid. Niettemin hield hij het leger nog negen jaar op de been, tegen hoge kosten, wat zijn reputatie in Nederland ernstig beschadigde. In 1839 erkende hij eindelijk de Belgische onafhankelijkheid. Het jaar erop deed Willem I gedesillusioneerd afstand van de troon.

Voeg toe

Wij zijn altijd op zoek naar toevoegingen om de kennisbank van de vensters te vergroten. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een nieuwe toevoeging wilt aanleveren dan kunt u onderstaand formulier gebruiken.