Johan van Oldenbarnevelt gearresteerd

Actueel

In 1588 hadden de zeven noordelijke gewesten zich los gevochten van Spanje. De oorlog had de Nederlanden in twee nieuwe staten opgesplitst: de Spaanse Nederlanden in het zuiden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het noorden. Een republiek was in die tijd heel ongewoon in Europa. Je had eigenlijk alleen landen met koningen. De noordelijke gewesten hadden ook niet gevochten voor een republiek. Ze wilden alleen weer een koning die zijn steden en gewesten én zijn mensen vrijheden en rechten gaf. Iets wat de Spaanse koning Filips de Tweede niet deed. Toen ze eenmaal van hem af waren, zochten ze zo'n goede koning. Ze vonden er geen en daarom gingen ze in 1588 verder als een republiek.
In de regering van de Republiek had elk gewest een even belangrijke stem in de Staten-Generaal. Omdat het rijke Holland het meeste geld inbracht, had dit gewest het meeste te vertellen. De belangrijkste ambtenaar van Holland, de raadpensionaris, werd een soort minister-president. Tegelijkertijd was hij ook minister van Financiën en van Buitenlandse Zaken. Behalve een raadpensionaris was er ook een stadhouder. Dit was vaak een edelman uit het huis van Oranje-Nassau (familie dus van Willem van Oranje). Als baas van het leger was de stadhouder veel belangrijker dan alle andere bestuurders.
De stadhouder en de raadpensionaris hadden vaak problemen met elkaar. Tijdens het Twaalfjarige Bestand liep dat voor het eerst verkeerd af. Stadhouder Maurits en raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt kregen hooglopende ruzie. Maurits beschuldigde Van Oldenbarnevelt van landverraad en liet hem op 12 mei 1619 arresteren. Een dag later werd hij onthoofd.