De list met het turfschip is een succes en Breda wordt ingenomen.

Actueel

In 1568 begon er een oorlog die wel tachtig jaar zou duren. Later is deze oorlog de Tachtigjarige Oorlog genoemd. In de Tachtigjarige Oorlog werd de stad Breda ingenomen door de Spanjaarden. Het Spaanse leger had in die tijd veel Nederlandse steden veroverd. De mensen in de Nederlanden, het gebied dat nu België en Nederland is, waren namelijk in opstand gekomen tegen de Spaanse koning Filips de Tweede.
De Nederlandse edelman Prins Maurits wilde met zijn soldaten Breda graag heroveren op de Spanjaarden. In 1589 kwam de turfschipper Adriaan van Bergen bij prins Maurits. Hij had een idee: wat als ze de soldaten verstopten in zijn turfschip? Dan konden ze op die manier Breda in worden gesmokkeld en de Spanjaarden verjagen. Maurits vond het een goed plan. Nu was het alleen nog wachten tot dat de Spanjaarden turf bestelden.
In februari 1590 was het eindelijk zo ver. Achtenzestig soldaten uit het leger van Maurits verstopten zich onder de turf in het schip. Vier dagen moesten ze in het donker blijven zitten, want het schip kon door tegenwind en laag water maar langzaam varen. Bovendien sloeg het schip lek. De soldaten stonden tot hun knieën in het ijskoude water. Maar hun commandant praatte ze moed in.
Toen het schip in Breda aankwam, was het carnaval. De Spanjaarden wilden de turf gelijk uitladen. Bijna waren de soldaten zo te vroeg ontdekt en was het hele plan in het water gevallen. Maar Adriaan van Bergen vroeg aan de Spanjaarden of ze niet beter eerst carnaval konden gaan vieren. Dat deden ze. Tegen middernacht kwamen de soldaten uit het schip en openden ze de stadspoorten voor de rest van Maurits leger.
Na een paar uur vechten was Breda weer in handen van de Nederlanders. Door de inname van Breda kregen ook de andere Nederlandse steden weer hoop. Niet lang daarna werden meer steden op de Spanjaarden heroverd.