De Republiek

Een unieke regering in Europa

41 jaar duurde de oorlog tegen Spanje al toen in 1609 het ‘Twaalfjarige Bestand’ werd gesloten. Twaalf jaar lang werd de oorlog stopgezet. Willem van Oranje was de oorlog begonnen in 1568. Hij voerde de zeven noordelijke gewesten van de Nederlanden aan. Zij wilden geen deel meer zijn van het Spaanse koninkrijk.

Een kaart van Nederland in de vorm van een leeuw

Speciaal voor het bestand maakte Claes Janszoon Visscher een kaart van de Nederlanden. Hij beeldde de Nederlanden uit in de vorm van een leeuw, de Leo Belgicus. Nog één keer waren de zeventien gewesten als één land te zien. Rechtsonder tekende hij de Romeinse oorlogsgod Mars. Die sliep, wat betekent dat het vrede was in de Nederlanden.

Een belangrijk bestand voor de Republiek

Maar eigenlijk bestonden de Nederlanden al niet meer. In 1588 hadden de zeven noordelijke gewesten zich los gevochten van Spanje. De oorlog had de Nederlanden in twee nieuwe staten opgesplitst: de Spaanse Nederlanden in het zuiden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het noorden. Het Bestand was voor de Republiek een belangrijk succes. Toch duurde het nog tot 1648 voordat de Republiek werd erkend als een zelfstandig land. Dat was toen de Vrede van Munster werd getekend. De Republiek bestond ruim 200 jaar. Hij hield op te bestaan in 1795.

Geen goede koning te vinden

Een republiek was in die tijd heel ongewoon in Europa. Je had eigenlijk alleen landen met koningen. De noordelijke gewesten hadden ook niet gevochten voor een republiek. Ze wilden alleen weer een koning die zijn steden en gewesten én zijn mensen vrijheden en rechten gaf. Iets wat de Spaanse koning Filips II niet deed. Toen ze eenmaal van hem af waren, zochten ze zo’n goede koning. Ze vonden er geen en daarom gingen ze in 1588 verder als een republiek.

De stadhouder was erg belangrijk

In de regering van de Republiek had elk gewest een even belangrijke stem in de Staten-Generaal. Elk gewest had afgevaardigden in de regering. Die afgevaardigden mochten overleggen met de mensen in hun gewest. Dat betekende dat ze regelmatig teruggingen om te overleggen. Zo kon het lang duren voor er een besluit werd genomen. Maar meestal viel dat wel mee. Omdat het rijke Holland het meeste geld inbracht, had dit gewest het meeste te vertellen. De belangrijkste ambtenaar van Holland, de raadpensionaris, werd een soort minister-president. Tegelijkertijd was hij ook minister van Financiën en van Buitenlandse Zaken. Behalve een raadpensionaris was er ook een stadhouder. Dit was vaak een edelman uit het huis van Oranje-Nassau (familie dus van Willem van Oranje). Als baas van het leger was de stadhouder veel belangrijker dan alle andere bestuurders.

Maurits liet de raadpensionaris onthoofden

De raadpensionaris en zijn ambtenaren vergaderden veel. De stadhouders vochten juist veel. Frederik Hendrik en Maurits waren beroemde stadhouders. Zij behaalden geweldige overwinningen op de Spanjaarden. Deze stadhouders leken wel een beetje op een koning, maar eigenlijk waren zij gewoon in dienst van de Republiek.
De stadhouder en de raadpensionaris hadden vaak problemen met elkaar. Tijdens het Twaalfjarige Bestand liep dat voor het eerst verkeerd af. Stadhouder Maurits en raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt kregen hooglopende ruzie. Maurits beschuldigde Van Oldenbarnevelt van landverraad en liet hem arresteren. Hij werd op 13 mei 1619 onthoofd.