Christiaan Huygens

Wetenschap in de Gouden Eeuw

Christiaan Huygens zou eigenlijk diplomaat worden, iemand die namens de regering met andere landen mag onderhandelen. Maar eenmaal op school knutselde Christiaan liever met molentjes en zette hij zelfbedachte machientjes in elkaar.

Een stok in het water

Christiaan werd in 1629 geboren als tweede zoon van Constantijn Huygens. Zijn vader was dichter en adviseur van de prins van Oranje. Omdat hij wilde dat zijn zoons diplomaat werden, stuurde hij hen naar Leiden en Breda om rechten en oorlogskunde te studeren. Maar Christiaan vond wiskunde, natuurkunde en sterrenkunde veel interessanter. Als kind weigerde hij al Latijnse gedichten te schrijven. Liever keek hij wat voor kringen er in het water kwamen als hij er een stok in gooide.

Christiaan was heel slim

Al jong schreef Christiaan met belangrijke buitenlandse geleerden over ingewikkelde vragen, bijvoorbeeld over wiskunde. Toen hij achttien was, schreef een Franse wetenschapper aan vader Constantijn: ‘Als hij zo doorgaat, wordt hij nog beter dan Archimedes.’ Dat was een belangrijke natuurkundige uit de tijd van de Romeinen. Vader Huygens heeft zijn zoon de rest van zijn leven ‘mijn Archimedes’ genoemd.

Directeur van een universiteit

Christiaan woonde en studeerde in Engeland en in Frankrijk. In 1666 werd hij de eerste directeur van de Franse Wetenschappelijke Academie. Deze benoeming laat zien hoe belangrijk Huygens’ werk was en hoe waardevol zijn ideeën waren voor de wetenschap. Van 1681 tot aan zijn dood woonde hij afwisselend op het familiebuitenhuis Hofwijck in Voorburg en op het Plein in Den Haag.

Een nieuwe manier van denken en leren

Christiaan was een fan van Descartes. Dat was een wetenschapper die de basis legde voor de moderne filosofie. Een filosoof denkt na over alle dingen en problemen die er spelen in het leven. Een filosoof wordt ook wel een ‘wijsgeer’ genoemd.
Huygens wilde niet alleen denken over alles wat al bekend was. Hij vond het belangrijk om zelf te experimenteren. Hij keek nauwkeurig om te zien wat er gebeurde. Dan omschreef hij waarom het zo gebeurde en daarna controleerde hij het. Deze nieuwe manier van met wetenschap bezig zijn, staat bekend als de Wetenschappelijke Revolutie.

Christiaan kon (bijna) alles

Christiaan was met meer dan één ding bezig. Voor de wiskunde bedacht hij manieren om de grootte van een cirkel te berekenen. Voor de natuurkunde bestudeerde hij de val- en slingerbeweging. Met die kennis heeft hij in 1656 een slingeruurwerk gemaakt. Dat is een klok die werkt door de slinger die eraan hangt. Er was in die tijd nog geen elektriciteit, dus tijd meten ging heel anders dan nu. Dit is zijn bekendste uitvinding. Hij maakte en verbeterde ook klokken voor schepen. Deze zeeklokken moeten op een slingerend schip in volle zee altijd de goede tijd aangeven. Het kennen van de juiste tijd was heel belangrijk om te bepalen waar het schip precies was op zee.

Huygens ontdekte dat Saturnus een ring had

Met zijn oudere broer Constantijn was Christiaan goed bevriend. Hij schreef veel met hem en samen maakten ze sterrenkijkers. Ze slepen de glazen lenzen ook zelf. Met zo’n kijker ontdekte Christiaan in 1655 dat de planeet Saturnus een maan heeft. Hij noemde hem Titan. Even later ontdekte hij ook dat Saturnus een ring heeft. Christiaan was trots op zijn ontdekkingen en schreef erover aan alle belangrijke sterrenkundigen in Europa.