iiiiiNiet iedereen kon ridder worden! Daarvoor moest je van adel zijn: je moest uit een rijke en deftige familie komen. En je moest een jongen zijn. Meisjes van adel werden jonkvrouw, zij konden geen ridder worden.
Om ridder te worden, ging je bij een ridder in de leer als je zeven jaar was. Je werd dan een page. Een page leerde vechten met een zwaard en een dolk. Je deed ook allerlei klusjes voor de ridder: zijn paard borstelen, de honden eten geven en eten maken voor de ridder zelf.
Dit is het wapenschild van Floris de Vijfde. Elke ridder had een tekening op zijn schild staan. Dat noemen we zijn wapen. Dat is dus geen wapen om mee te vechten, maar een soort logo. Dat logo was handig, want ridders vochten in een harnas. Je kon natuurlijk niet goed zien wie daarin zat! Aan het wapen op het schild kon je een ridder herkennen.
Ridders waren soldaten te paard. Omdat ze hoog op hun paard zaten, waren ze snel en hadden ze een goed overzicht. Hierdoor waren ze moeilijker te verslaan dan soldaten te voet.
Je fatsoenlijk gedragen, dat vinden we tegenwoordig heel belangrijk. Wist je dat we dat van de ridders hebben geleerd? De ridders hadden een 'riddercode': afspraken over hoe je je moet gedragen. Want als een ridder bij een hoge edelman op het kasteel kwam, was dat wel belangrijk!