Op de schoolplaat zie je een Romeins legerkamp. Er lopen
soldaten rond maar er zijn ook andere mensen te zien. Deze mensen
zijn aan het werk en kopen spullen bij een handelaar.
Ongeveer 2000 jaar geleden veroverden de Romeinen (uit Italië) vele
landen. Daardoor ontstond het grote Romeinse Rijk. Een groot deel
van wat nu Nederland is, was toen Romeins. De rivier de Rijn was de
noordgrens van het Romeinse Rijk. In het Latijn, de taal van de
Romeinen, heet zo'n grens de 'Limes'.
Langs de oevers van de Rijn bouwden ze forten, wachtposten en
legerkampen. Zo verdedigden ze hun rijk tegen aanvallen van de
Germaanse en Keltische stammen uit het noorden. De Romeinen bouwden
heel veel, ook buiten de forten. Door de Romeinse manier van bouwen
ging de hele omgeving er anders uitzien.
De Germanen en Romeinen dreven ook handel met elkaar. De Romeinen
brachten veel spullen die de Germanen niet kenden. Zo namen ze
vruchten mee uit Zuid - Europa, zoals perziken, vijgen en druiven.
Maar ook kippen. Nieuw voor de Germanen waren ook spiegels, messen,
lepels en glas. Om al die spullen te betalen gebruikten de Romeinen
geld. Dat was ook nieuw voor de Germanen. Tot dan toe
betaalden zij elkaar door spullen te ruilen.
Collectie Nationaal Onderwijsmuseum, Rotterdam.