Willem van Oranje had van Nederland één land gemaakt: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Deze republiek bestond uit zeven gewesten met allemaal hun eigen bestuur. Samen namen de gewesten alle belangrijke beslissingen voor de Republiek.
Al sinds 1568 voerde Willem van Oranje oorlog tegen Spanje. Ons land was hierdoor in twee delen uit elkaar gevallen. In het zuiden had je de Spaanse Nederlanden, in het noorden de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1588 kwamen deze zeven gewesten pas echt los van Spanje.
Europa bestond in die tijd vooral uit koninkrijken. In elk koninkrijk was een koning de baas. Ook de zeven gewesten zochten een koning, iemand die de baas kon zijn in het hele gebied. Maar er werd geen goede koning gevonden. Daarom werden de zeven gewesten een republiek: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De gewesten kozen hun eigen baas. En dat was heel bijzonder voor die tijd.
Elk gewest had een eigen bestuur. De mensen die grond bezaten in het gewest kozen samen de bestuurders. Elk gewest stuurde een afgevaardigde naar de regering van het land. Deze afgevaardigde mocht beslissingen nemen namens het gewest. Dat gebeurde in de Staten-Generaal. De Staten-Generaal was een groep mensen die in de regering zaten. Samen beslisten ze over het bestuur van de Republiek.
Toch was één gewest eigenlijk de baas in de Republiek: het gewest Holland. Holland kreeg bijna altijd zijn zin bij belangrijke beslissingen. Holland was namelijk het rijkste gewest en betaalde het meeste geld.