stem op ons

Erasmus ± 1469-1536

Een beroemde humanist

Lees voor...

Erasmus was een 'humanist'. In het humanisme staat de mens in het middelpunt. Humanisten vinden dat je goed moet nadenken over hoe je met mensen, de wereld en jezelf omgaat. Je moet dit altijd met zorg en aandacht doen. De humanisten van nu geloven niet in God. Dat was in de tijd van Erasmus wel zo. Ze vonden dat het christendom eigenlijk ook vooral om mensen ging.

Erasmus las veel over de Grieken en Romeinen

Erasmus werd waarschijnlijk in 1469 in Rotterdam geboren als zoon van een priester. Het was al snel duidelijk dat hij  monnik moest worden. Na zijn opleiding op een kostschool kwam hij in klooster Steyn bij Gouda terecht.
Erasmus was vooral blij met de bibliotheek van het klooster. Hij dook in de boeken over de klassieke oudheid (de tijd van de Grieken en de Romeinen). Hij las boeken van schrijvers uit die tijd, maar ook van Italiaanse humanisten die erover schreven. Deze Italiaanse geleerden hadden veel uitgezocht over de oudheid en er kritisch over nagedacht. Ze brachten de klassieke oudheid heel dichtbij.

Erasmus reisde door heel Europa

Het kloosterleven met zijn strenge regels was niets voor Erasmus. Zijn enorme kennis van het Latijn (de taal van de Romeinen) maakte het mogelijk dat Erasmus het klooster kon verlaten. Hij reisde als geleerde door Europa en verdiende zijn geld met het schrijven van Latijnse teksten. Om zich heen vormde zich een groeiende groep fans die hem steunden. Via een groot brievennetwerk hield hij contact met vrienden en mensen die zijn ideeën deelden.

Hoe een mens zich moet gedragen

In 1500 schreef Erasmus de Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden. Je kreeg als lezer een snelcursus hoe je moest leven en denken volgens het humanisme. Adagia was één van de eerste 'bestsellers' van de net uitgevonden drukpers.
Erasmus schreef veel boeken. Ze gingen er vaak over hoe mensen zich moesten gedragen. Hij schreef dit soort boeken voor edelen maar ook voor gewone mensen. Hij wilde iedereen opvoeden tot wijze en nadenkende christenen. Zijn boek Lof der zotheid uit 1509 spotte met de manier waarop mensen eigenlijk alleen maar aan zichzelf denken.

Een betere vertaling van de Bijbel

Erasmus ging als eerste op een humanistische, kritische manier aan de slag met christelijke teksten. Hij wilde het Nieuwe Testament (een deel van de Bijbel) kunnen lezen in de taal waarin het geschreven was. Dus leerde hij Grieks. Toen hij alles gelezen had, schreef hij een nieuwe Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament. Erasmus vond zijn vertaling beter dan de officiële Bijbelvertaling van de kerk, de Vulgata. Hij vond ook dat kritiek op de Bijbel best mocht, omdat je daardoor alleen maar sterker zou gaan geloven.
Erasmus hoopte dat iedereen belangrijke stukken uit de Bijbel uit zijn hoofd zou kunnen opzeggen: de boer tijdens het ploegen, de wever aan zijn weefgetouw en de reiziger tijdens het reizen. Zelfs vrouwen moesten de bijbel lezen, vond Erasmus, en dat was een bijzondere mening in zijn tijd.

Erasmus kon niet kiezen

Vanaf 1517 kwam er steeds meer strijd binnen de kerk. De Duitser Maarten Luther had veel kritiek op de kerk en wilde allerlei zaken vernieuwen. De rooms-katholieke kerkleiders stonden dat niet toe en zetten Luther uit hun kerk. Luther begon met zijn volgelingen een nieuwe kerk: de protestantse of 'gereformeerde' kerk.
Erasmus dacht over veel dingen hetzelfde als Luther. Toch wilde of durfde Erasmus geen keuze te maken. Hij wilde niet met de rooms-katholieke kerk breken en hoopte dat gezond verstand de verschillen zou oplossen. Daardoor kreeg hij van beide kanten kritiek.

Nederlanders hadden een slechte smaak

In de zomer van 1536 overleed Erasmus, in het woonhuis van zijn drukker Froben, in Basel. Erasmus had heel zijn leven dubbele gevoelens bij zijn geboortestad en -land. Hij noemde zich graag Desiderius Erasmus van Rotterdam. Tegelijkertijd was hij vaak negatief over de boerse manieren en slechte smaak van zijn landgenoten.


voortgezet onderwijs
inloggen