Als Duitsland in mei 1940 Nederland binnenvalt wonen er zo'n
140.000 Joden. Vanaf de herfst van dat zelfde jaar krijgen zij te
maken met de anti-Joodse maatregelen van de nazi's. Overal worden
Joden ontslagen uit overheidsdienst, ze mogen niet meer in openbare
gelegenheden komen en Joodse kinderen kunnen niet meer naar een
openbare school.
De Amsterdamse Jodenbuurt wordt vanaf 1941 door de Duitse bezetter
tot een getto gemaakt. Er komt een groot hek om de wijk en veel
bruggen worden permanent opengezet. De mensen kunnen alleen op
bepaalde plekken de wijk in en uit. Zo worden Joden uit het
maatschappelijke leven geweerd.
Collectie Rijksmuseum, inv. nr. NG-1991-6-20-01
Charles Breijer, 1941